Meer dan de helft van de gedetineerden heeft waarschijnlijk niet‑aangeboren hersenletsel (NAH), en dat blijft nu nog te vaak onopgemerkt. Dat toont psycholoog Sterre de Geus aan in haar onderzoek over niet-aangeboren hersenletsel en bijbehorende neurocognitieve en gedragsaspecten bij gevangenen.

De Geus laat in een artikel zien dat dit hersenletsel invloed heeft op gedrag, behandeling en de kans op terugval en dat vroege herkenning en behandeling op maat essentieel zijn voor een veiligere samenleving.

Wereldwijd zitten miljoenen mensen vast, en een groot deel pleegt na vrijlating opnieuw een delict. Tegelijkertijd blijkt dat niet‑aangeboren hersenletsel veel vaker voorkomt onder gedetineerden dan in de algemene bevolking: naar schatting bij 40 tot 60 procent, tegenover 8 tot 12 procent  onder volwassenen in de algemene populatie. Hersenletsel kan ontstaan door bijvoorbeeld een ongeluk, beroerte of geweld en heeft vaak langdurige gevolgen. Denk aan problemen met geheugen, impulscontrole of gedrag. Volgens De Geus is dit belangrijk om te begrijpen: “Deze cognitieve en gedragsveranderingen kunnen invloed hebben op hoe iemand reageert, beslissingen neemt en deelneemt aan behandeling.”

Lees het hele verhaal op de site van de VU.

 

MRI brein met schade
Deel via: