Volgens onderzoek van rechtswetenschapper Ana-Maria Hriscu zijn zelfs de strengste privacywetten van Europa nog onvoldoende om mensen te beschermen tegen de groeiende macht van online surveillance en gerichte reclame: privacyrechten worden anders toegepast op online surveillance door private bedrijven dan door overheden.

Online adverteren is steeds meer afhankelijk van het verzamelen van persoonsgegevens om gedrag te voorspellen en te beïnvloeden. Dit heeft invloed op wat mensen online zien en kopen en zelfs op hoe zij denken en zich voelen. Onderzoek heeft deze praktijken in verband gebracht met manipulatie, discriminatie, verslaving en psychische gezondheidsproblemen.

Hoewel de Europese Unie privacy en gegevensbescherming erkent als grondrechten, beperken deze rechten het verdienmodel achter surveillancegerichte advertenties niet effectief, aldus Hriscu. Europese privacyrechten worden vaak benaderd vanuit het perspectief van consumentenkeuze. Het idee is dat gebruikers zichzelf kunnen beschermen als zij goed worden geïnformeerd en betere beslissingen nemen online. Volgens Hriscu legt dit te veel verantwoordelijkheid bij individuen en wordt daarmee de structurele macht van grote digitale platforms genegeerd.

Hriscu stelt dat bedrijven die aanzienlijke invloed uitoefenen op de vrijheden van mensen directe wettelijke verplichtingen zouden moeten hebben om privacy- en gegevensbeschermingsrechten te beschermen. Volgens haar vormt een sterkere bescherming van grondrechten geen belemmering voor een gezonde digitale economie, maar juist een noodzakelijke voorwaarde voor een eerlijke digitale economie.

Bekijk het hele bericht op de site van Tilburg Universiteit.

Cover proefschrift Hriscu
Proefschrift Hriscu
Deel via: