Systeemdenken, leren en durven anticiperen

De klimaatopwarming laat zich niet langer negeren: de ene keer worden we geconfronteerd met kurkdroge zomers, de andere keer met wateroverlast. Zowel mitigatie – het beperken van klimaatopwarming – als adaptatie – het inspelen op veranderende omstandigheden – zijn essentieel om hier gepast op te reageren. Sinds de jaren ’90 is klimaat meer en meer in onze regio’s op de beleidsagenda gekomen. Toch blijft klimaatbeleid lastig. Effectief beleid dient te steunen op de volgende kernwoorden: systeemdenken, leren en durven anticiperen.

Systeemdenken: klimaat- en energiebeleid is als een web: alles hangt met alles samen. Bij het uitstippelen van klimaatbeleid – de vooruitblik – is het belang van systeemdenken doorheen de jaren toegenomen. Een kosteneffectief pad vraagt om slimme afstemming, sturing en samenwerking tussen sectoren. Paths2050-scenarios[1] tonen aan dat geen enkele mitigatietechnologie nog mag ontbreken in de klimaat neutrale puzzel voor 2050: van zonne-energie tot kernenergie, van isolatie tot restwarmtenetten, van duurzaam openbaar vervoer tot vehicle-to-grid. Naast technologie beïnvloedt ook menselijk gedrag sterk het resultaat, zoals het bekende reboundeffect dat zorgt voor een lager dan verwachte reductie.

Leren uit het verleden: in de EU-27 lidstaten worden bestaande klimaatmaatregelen zelden geëvalueerd[2]. Factoren zoals emissiereducties, kosten-baten en voortgangsindicatoren blijven vaak onderbelicht. In het jaar 2023, rapporteerden slechts zeven EU-lidstaten ex-post gekwantificeerde gegevens voor ten minste één beleid of maatregel[3]. Dit resulteert in onvoldoende inzicht in wat werkt en wat niet, met beperkte tools tot gevolg om het beleid bij te schaven. Meer zelfs, goedbedoelde financiële steunmaatregelen kunnen ongewenst freeridergedrag opwekken, wat de effectiviteit vermindert.

Durven anticiperen: om de toenemende uitdagingen het hoofd te bieden, is het van belang om zowel de vooruitblik als het klimaatbeleid aan te passen aan de geleerde lessen. Zo leerde ons onderzoek naar eerdere emissiescenario’s voor de gebouwde omgeving[4] dat de verwachte impact van klimaatbeleid en efficiëntieverbeteringen vaak wordt onderschat in projecties. De schaduw van de bestaande beleidscontext hangt vaak over onze inschatting van wat nieuwe maatregelen zullen betekenen. Beleidsmatig dienen we dan ook het business-as-usual denken te overstijgen, en durven te anticiperen op een klimaatneutrale toekomst. Bovendien ondervinden we de gevolgen van klimaatverandering, wat vraagt om mitigatie en adaptatie-beleid hand in hand vorm te geven. De voorbije erg natte en droge periodes hebben vochtproblemen in woningen doen toenemen, alsook materialen en structuren hun stabiliteit aangetast. Het bouwen van morgen staat voor de uitdaging om naast klimaatneutraal, ook bestand te zijn tegen het veranderende klimaat[5]. Alleen door beide pijlers, mitigatie en adaptatie, te combineren kunnen we echt vooruitgang boeken.

Uit ons onderzoek naar eerdere emissiescenario’s voor de gebouwde omgeving blijkt dat de gevolgen van klimaatbeleid en efficiëntieverbeteringen in projecties vaak lager worden ingeschat dan daadwerkelijk het geval is.

[1] https://perspective2050.energyville.be/

[2] https://pattern-heu.eu/wp-content/uploads/2023/09/D1.1_Current_Evaluation_Challenges.pdf

[3] https://energyville.be/blog/learning-from-the-past-informing-future-policies/

[4] https://pattern-heu.eu/wp-content/uploads/2024/12/D4.3_Guidelines.pdf

[5] COPRADAPT I – Climate adaptation and building products: Exploratory research for the Belgian market, maart 2025

Deel via: