Als er geen maanlicht is, maakt de nachtzwaluw gebruik van kunstlicht om op insecten te jagen. Dat blijkt uit het onderzoek van Jitse Creemers. Zijn speurwerk met trackers, sensoren en kompassen levert hem de Ornithologieprijs Wim Dings 2026 op.
De Europese nachtzwaluw is een moielijk vindbare vogel die vooral actief wordt wanneer de zon ondergaat. Hij jaagt in de schemering en tijdens de nacht op vliegende insecten, waardoor zijn gedrag vaak moeilijk te observeren is. Hoe vindt deze vogel zijn weg in het donker, en hoe spoort hij zijn prooien op wanneer er nauwelijks natuurlijk licht is?
Om die vragen te beantwoorden, volgden onderzoekers acht mannelijke nachtzwaluwen gedurende 26 nachten op vier locaties in België. “Met behulp van kleine GPS-trackers, bewegingssensoren en kompassen brachten we de vliegbewegingen van de vogels gedetailleerd in kaart”, legt bioloog Jitse Creemers uit. “Door die gegevens te combineren met informatie over de helderheid van de nachtelijke hemel, konden we onderzoeken hoe nachtzwaluwen zich oriënteren op verschillende lichtbronnen tijdens het jagen.”
De resultaten wijzen op een verrassende rol voor lichtvervuiling. Wanneer de maan zichtbaar was, maakten de nachtzwaluwen vaak gebruik van het maanlicht om vliegende insecten als donkere silhouetten tegen de heldere hemel te detecteren. Wanneer dat natuurlijk licht ontbrak, oriënteerden ze zich vaker op skyglow: de diffuse gloed boven steden en industriegebieden, die ontstaat wanneer kunstlicht in de atmosfeer wordt verstrooid. Dat patroon was vooral uitgesproken wanneer die skyglow wordt versterkt door sterke bewolking.
Lees het hele bericht op de site van de UAntwerpen.