Overheden zoeken naar nieuwe manieren om hardnekkige problemen als woningnood en de opvangcrisis aan te pakken. Ontwerpers kunnen helpen door problemen mensgerichter en experimenteler te benaderen. Maar juist de manier waarop publieke organisaties werken, zit zo’n aanpak vaak in de weg. Geert Brinkman (Erasmus School of Social and Behavioural Sciences) laat in zijn proefschrift Advancing Public Sector Design zien wat nodig is om de kracht van ontwerp beter te benutten.

Ontwerpers pakken problemen anders aan dan veel overheden gewend zijn. Ze beginnen bijvoorbeeld bij de ervaringen en behoeften van mensen, brengen verschillende perspectieven bij elkaar en testen mogelijke oplossingen al vroeg in de praktijk uit. Op basis van wat ze daarvan leren, passen ze hun aanpak weer aan. Juist bij maatschappelijke problemen waarvoor geen eenvoudige oplossing bestaat, kan zo’n werkwijze waardevol zijn.

Toch blijkt het lastig om zulke ontwerppraktijken binnen publieke organisaties tot hun recht te laten komen. Organisaties zijn er vaak niet op ingericht. Professionals moeten daarom tijdens een project veel extra werk verrichten om ruimte te maken voor hun aanpak. “Er zijn allerlei aanvullende inspanningen nodig om ontwerppraktijken uit de creatieve sector in de publieke sector tot hun recht te laten komen”, zegt Brinkman.

Vaak gebeurt dat pas wanneer professionals tegen een belemmering aanlopen. Bovendien wordt dit volgens hem meestal niet gezien als onderdeel van het ontwerpen. “Deze aanvullende inspanningen worden doorgaans niet als het ‘echte werk’ gezien, maar juist als afleiding daarvan.” Brinkman onderzocht aan de hand van verschillende casestudies en focusgroepen wat er nodig is om ontwerpdenken wel te laten werken. Zijn belangrijkste conclusie: ook het creëren van de juiste omstandigheden is onderdeel van het ontwerpproces.

Lees het hele bericht op de site van de EUR.

Deel via: