Een pleidooi voor vertrouwen in de wetenschap
Hoe moeten we omgaan met de opwarming van de aarde? Ik wil hier als cognitief neurowetenschapper geen antwoord op geven. Niet omdat ik de vraag niet belangrijk vind, maar omdat ik niet over de expertise bezit om een goed antwoord te kunnen geven.
Op de website van het Wereld Natuur Fonds lees ik dat een opwarming van twee graden de leefomgeving van 280 miljoen mensen in gevaar brengt, dat een derde van alle plant- en diersoorten binnen een eeuw zal uitsterven, dat de kans toeneemt op extreme weersomstandigheden zoals overstromingen en extreme droogte en hitte, dat er elke drie tot tien jaar ijsvrije zomers zullen zijn op de noordpool, dat de zeespiegel zal stijgen, dat al het koraal verloren zal gaan, en dat de opwarming leidt tot structureel minder voedselopbrengst. Oplossingen die worden aangedragen zijn onder andere minder elektriciteit uit steenkool en gas, meer wind- en zonne-energie, herbebossing in plaats van ontbossing, versnelling van de ontwikkeling van emissievrije technologieën, ander veevoer, bewust eten en toekomstbestendige landbouw.
Ervan uitgaande dat het Wereld Natuur Fonds zich baseert op inzichten van mijn collega’s met expertise in onder andere de klimatologie, geologie, en biologie, lijkt de urgentie mij glashelder en klinken de oplossingen logisch en relevant. Binnen de wetenschap is de consensus met 99% praktisch unaniem dat de aarde opwarmt sinds de start van de industriële revolutie. Ook is er consensus over dat dit ernstige gevolgen met zich meebrengt en dat er maatregelen nodig zijn om de opwarming tegen te gaan. Wie ben ik, als cognitief neurowetenschapper, om deze consensus onder experts in twijfel te trekken?
Desalniettemin is “klimaatontkenning” — een vorm van wetenschapsontkenning — aan de orde van de dag in het politieke debat en de publieke opinie. Daarom is dit een pleidooi voor vertrouwen in de wetenschap. Hoe om te gaan met de opwarming van de aarde? Luister naar de experts en laat de feiten leidend zijn. Ik vertrouw in het wetenschappelijke systeem. Ik vertrouw erop dat dat mijn indirecte collega’s in de klimatologie en verwante vakgebieden er dezelfde rigide kwaliteitseisen en -controles op na houden als mijn directe collega’s in de cognitieve neurowetenschappen.
Ik vertrouw erop dat een praktisch unanieme wetenschappelijke consensus over de oorzaak en de negatieve gevolgen van de opwarming van de aarde aantoont dat het nemen van de door experts voorgestelde tegenmaatregelen de hoogste urgentie heeft.