Het i-frame

Een tijdje geleden kwam ik weer zo’n calculator tegen waarmee je je carbon footprint kunt berekenen. Ik kon het niet laten en vulde braaf in hoe vaak ik vlieg, hoeveel vlees ik eet, en of ik mijn afval netjes scheid. Het resultaat was een redelijke score, maar met de impliciete boodschap dat ik vooral zelf nog wat stappen kan zetten. Korter douchen misschien. Minder vaak de auto pakken. In ieder geval vervang ik mijn benzine slurpende SUV binnenkort door een elektrisch model. Het voelt concreet, bijna geruststellend: ik doe íets.

Maar dat gevoel is precies het probleem. Twee Amerikaanse psychologen noemen dit het i-frame, het individuele frame. Dat is de manier van kijken naar maatschappelijke problemen waarbij de verantwoordelijkheid vooral bij het individu komt te liggen: wat jij of ik doen in het dagelijks leven. Denk aan de persoonlijke carbon footprint, een slimme meter die je energieverbruik toont, of de vraag of je nog wel op vliegvakantie kunt.

Daar tegenover staat het s-frame, het systemische frame. Dit kijkt niet naar individuele keuzes, maar naar de structuren en regels die ons gedrag vormgeven. Voor klimaat gaat het dan om CO₂- belastingen, strengere regels voor vervuilende bedrijven, subsidies voor groene energie, of beperkingen op fossiele brandstoffen. Maatregelen die vaak ingrijpend lijken, maar die bewezen effectiever zijn. Waarom blijven we dan toch zo hangen in het i-frame?

Het heeft te maken met hoe ons brein werkt. We hebben de neiging oorzaken bij individuen te zoeken (fundamental attribution error), we voelen ons al snel opgelucht als we één actie hebben ondernomen (single action bias), en we overschatten ons eigen aandeel in complexe problemen. Bovendien is het i-frame concreet en dichtbij: je kunt er morgen mee beginnen. Het s-frame is abstracter, vraagt politieke strijd, en roept weerstand op.

Het wrange is dat de focus op het i-frame niet neutraal is. Het maakt ons zelfs mínder geneigd om het s-frame te steunen. Zodra je denkt dat korter douchen of afval scheiden helpt, voelt een CO₂- belasting misschien overbodig. En intussen verschuift het gesprek tussen burgers naar een soort morele boekhouding: “jij vliegt te veel”, “jij eet vlees”, “ik reis met de trein.” Dat leidt tot polarisatie, terwijl de grootste winst juist bij systeemmaatregelen te halen valt.

Ironisch genoeg blijkt steeds weer dat wanneer zulke systeemmaatregelen eenmaal zijn ingevoerd, de weerstand snel verdwijnt. Denk aan rookverboden in cafés of statiegeld op plastic flesjes: in het begin veel gemopper, daarna went het razendsnel en groeit zelfs de steun.

De les is niet dat individuele acties zinloos zijn. Ze kunnen motiveren, of praktische inzichten opleveren voor hoe beleid beter kan werken. Maar we moeten ons bewust blijven van de frames. Wie alleen het i-frame benadrukt, helpt onbedoeld de status quo in stand te houden. En wie het s-frame uit het oog verliest, vergeet waar de echte hefboom zit.

Misschien is de uitdaging dus wel dat we moeten leren omhoog te kijken. Van de individuele voetafdruk naar de structurele veranderingen die werkelijk verschil maken. En dan kunnen we misschien ook beter met elkaar overweg.

Deel via: