De klimaatdoelen zijn opzij geschoven

Het tij lijkt gekeerd. Het rechtse beleid (en de autoritaire verleiding) in de meeste landen heeft de klimaatagenda verwoest. Centrumrechtse partijen verkiezen nu een alliantie met uiterst rechts boven een genuanceerde ‘green deal’ met centrumlinks. Het lijkt nu wel zeker: de opwarming zal dus over de gestelde limieten gaan, en dus ecosystemische gevolgen en zware sociale effecten hebben. Crisis en instabiliteit wordt de nieuwe geopolitieke, maar ook onze alledaagse, context.

De opgaande lijn sinds Kyoto 1997 over de Parijse akkoorden van 2015 was deel van de dominantie van het neoliberale globaliseringsdenken. Dat sloot een planetaire en systemische visie op de klimaatuitdaging in en bij uitbreiding een reactie op de ecosystemische crisis. Vandaag haalt een nieuwsoortig protectionisme, een conservatief nationalisme, de bovenhand en wordt het competitief marktdenken omgezet in geopolitieke blokken en nationalistische belangenstrijd. En daarin worden milieubesognes opnieuw een “kost”, die moet worden geminimaliseerd. Het “nieuwe systeem”, de Nieuwe Orde, kan nog moeilijker dan voorheen omgaan met groene deals.

De ecologisten en hun bondgenoten staan voor een tweesprong. Het ecomodernisme en het verbond met de markteconomen lijkt nog moeilijker inpasbaar in een winst- en groeieconomie. Adequaat klimaatbeleid moet daarom noodgedwongen nog meer antisystemisch worden. Dergelijk  – hoogst noodzakelijk – transitiedenken is weinig ontwikkeld, heeft een smal draagvlak en kent vandaag slechte krachtsverhoudingen.

Drie conclusies dringen zich op. Naast het falende klimaatbeleid wint snelle mitigatie, vergroening en verblauwing, aan belang. Nu de wereld en de natiestaten afhaken komt het accent voor de weerstand nog veel meer op de lokale schaal te liggen. En tenslotte valt te hopen dat kiezers politieke conclusies trekken en populistisch rechts inruilen voor meer radicale transitiepartijen.

De weerstand zal van de metropolitane gebieden komen. Daar is de ecosystemische uitdaging immers een kwestie van dagelijkse leefbaarheid. Daar moet nu de eisenstrijd worden omgezet tot een lokale transitieplanning, een contract met bevolking en middenveld, een uitbouw van de stedelijke commons. Zo wordt de klimaatstrijd ook deel van de verdediging van de democratie tegen de verrechtsing, sociale afbraak en uitdieping van een extractieve groeieconomie. Polarisatie dreigt toe te nemen.

Maar die ontwikkeling zal door de autoritaire verleiding worden tegengewerkt met beperking van vrije meningsuiting en debat, met repressieve maatregelen en met een rechts ideologisch offensief. En zo vereist de klimaatstrijd een diepgaand maatschappelijk debat en uiteindelijk een strijd voor het overleven van de democratie.

Deel via: