Systeemveranderingen zijn noodzakelijk, maar ook lokale initiatieven
Ondanks de problemen met de naleving van klimaatafspraken door enkele belangrijke partnerlanden, is het toch belangrijk om niet bij de pakken neer te zitten. Twee recentelijk verschenen rapporten van het internationale biodiversiteitsplatform IPBES laten zien dat we wel degelijk nog iets kunnen doen, maar dan moeten we nu wel echt aan de slag. Het ene rapport bespreekt de relaties tussen biodiversiteit, klimaat, gezondheid, water en voedsel, het andere rapport behandelt de mogelijkheden om transformatieve veranderingen ten gunste van klimaat en biodiversiteit tot stand te brengen – in plaats van hier en daar kleine aanpassingen van bestaande praktijken. Beide rapporten presenteren een hele reeks van concrete oplossingen die we nu op verschillende niveaus binnen onze samenleving kunnen invoeren om ons leefklimaat te beschermen en verbeteren.
De belangrijkste, maar tegelijkertijd ook moeilijkste oplossing is een drastische hervorming van onze economie. Wereldwijd wordt jaarlijks 1.7 biljoen dollar aan overheidssubsidies uitgekeerd ten gunste van economische activiteiten die schadelijk zijn voor ons klimaat en onze gezondheid, en wordt maar een fractie van dat bedrag (200 miljard dollar) uitgegeven aan maatregelen die een positief effect hebben op het milieu. Dat veranderen is een behoorlijke opgave, omdat het direct raakt aan de financiële belangen van bedrijven en producenten. In veel productieketens zien we bovendien een concentratie van macht bij een paar grote spelers die er alles aan doen om te zorgen dat de voor hen gunstige regels niet veranderen. Neem bijvoorbeeld de grote agro-industriële bedrijven die zaden en pesticiden leveren, en banken en andere financiële instellingen die (korte termijn-) belangen hebben bij grootschalige monocultuur en intensieve veehouderij. Boeren die duurzamer willen werken krijgen vaak lastiger een lening, en ook het huidige systeem van landbouwsubsidies is niet gunstig voor hen. Aan de andere kant zien we wel dat bijvoorbeeld grote verzekeringsmaatschappijen zich zorgen maken over de gevolgen van klimaatverandering voor hun bedrijfsvoering; zij kunnen misschien als hefboom voor verandering dienen.
De verantwoordelijkheid doorschuiven naar de consument voelt vooral voor diegenen die het niet breed hebben als oneerlijk. Mensen die worstelen om de eindjes aan elkaar te knopen vinden het vaak moeilijk om te kiezen voor duurzamere alternatieven, omdat deze in de winkel veel duurder zijn. Zorg voor het milieu lijkt een luxe die zij zich niet kunnen veroorloven, en ze hebben het gevoel dat de rekening bij hen op het bordje wordt geschoven. Ze hebben echter vaak niet in de gaten dat ze via de belasting die ze betalen, al heel veel betaald hebben voor niet-duurzame producten. Daarom is het belangrijk om naast het ijveren voor grote systeemveranderingen, ook aandacht te vragen voor kleinere lokale initiatieven, en deze te steunen. Het gaat hierbij om initiatieven die ontstaan vanuit het bewustzijn en de behoeften van buurt- en dorpsgenoten. Duurzaam en gezond eten, en wonen in een gezonde groene omgeving zouden niet alleen aan welgestelden voorbehouden moeten zijn. Inmiddels zijn er al aardig wat voorbeelden van dergelijke lokale initiatieven. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de inwoners van Moerwijk in Den Haag, en wijk waar veel mensen het financieel moeilijk hebben, die actie voeren voor een supermarkt in de buurt met gezonde en betaalbare voeding. Of neem de burgercoöperatie Land van Ons, waar leden voor een relatief klein bedrag een stukje land kunnen kopen – de percelen die collectief aangekocht zijn, worden verpacht aan biologische boeren. Een toenemend aantal gemeentes steunt de aanleg van geveltuintjes om steden te vergroenen en klimaatbestendiger te maken. Kleine initiatieven misschien, maar met een beetje solidariteit en samenwerking kunnen we toch het verschil maken.