Studenten!

Voor mij, als docent en onderzoeker in het internationaal milieurecht, is het antwoord helder: we moeten de opwarming afremmen met stevige maatregelen, ook als dit economische offers vraagt. Ik kan mij deze opvatting bovendien veroorloven: als GenX’er in Nederland leef ik comfortabel en kan ik best wat ‘downsizen’.

Vanuit deze opvatting is het huidige internationaal milieurecht teleurstellend: nieuwe afspraken komen uiterst moeizaam tot stand of helemaal niet – denk aan de onderhandelingen over het VN-Plasticverdrag – en bestaande afspraken worden niet of nauwelijks nageleefd. Klimaattoppen halen de media vooral vanwege mislukte onderhandelingen, niet vanwege indrukwekkende resultaten.

Een klein lichtpuntje in mijn vakgebied was deze zomer de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof in de klimaatzaak: staten hebben verplichtingen met betrekking tot klimaatverandering en kunnen aansprakelijk zijn voor klimaatschade. Een aantal rechters van het Hof vond dat de uitspraak nog best wat duidelijker had kunnen zijn: grote uitstoters zouden verantwoordelijk moet worden gehouden voor klimaatschade die vooral landen treft die nauwelijks bijdragen aan de klimaatcrisis. Dat principe, ‘common but differentiated responsibilities’ is breder toepasbaar: degenen met de breedste schouders zouden de zwaarste lasten moeten dragen. In mijn ogen zijn dat de rijkeren van de samenleving en grote bedrijven. Helaas is hiervoor in de Nederlandse en Europese politiek weinig enthousiasme.

Deze ontwikkelingen baren mij zorgen en leiden tot gevoelens van machteloosheid en teleurstelling. Wetenschappelijke studies over weerextremen en afnemende voedselkwaliteit maken de urgentie tastbaar, maar ook films en literatuur die de toekomst verbeelden, denk aan Interstellar en Ian McEwans ‘Wat we kunnen weten’. Activisten bereiken de brede massa niet en roepen eerder irritatie op. Heeft het zin om zelf nog het verschil te maken? Begint een beter milieu bij jezelf? (Overigens een slogan die enthousiast door de industrie omarmd werd en wordt in een poging om verantwoordelijkheid richting de individu te verschuiven.)

Wat mij hoop geeft, zijn mijn studenten. Ze zijn zich scherp bewust van de urgentie en denken opvallend eensgezind over oplossingen: van consumptiematiging tot kernenergie, van lokale initiatieven tot mondiale afspraken, bewust van de complexheid van klimaatverandering. Ook wijzen zij keer op keer op klimaatrechtvaardigheid, ook wel climate justice genoemd: de sociale gevolgen, ecologische kwetsbaarheid en historische verantwoordelijkheid horen centraal te staan. Niet iedereen heeft immers dezelfde bijdrage geleverd, noch dezelfde mogelijkheden om zich aan te passen. Veel studenten zijn gemotiveerd om hieraan te werken. Dat is misschien de kern van hoe we met de opwarming moeten omgaan: eerlijk delen van lasten en onverminderd streven naar beter beleid op alle niveaus, ondanks onze beperkte eigen invloed. Laat komende generaties daarin het voortouw nemen en laat degenen met de breedste schouders eindelijk bereid zijn daaraan mee te betalen.

Deel via: