Een democratisch de-escalatiemodel

De klimaatcrisis zie ik als een vuurproef voor de democratie. Gaat het ons lukken om klimaatverandering tegen te gaan, en met de negatieve gevolgen van klimaatverandering om te gaan, op een democratische, rechtvaardige en effectieve manier? Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor democratische besluitvormingsprocedures die burgers meer invloed geven op klimaatbeleid, zoals burgerinitiatieven, burgerberaden en referenda.

Bij klimaatbeleid staan namelijk niet alleen de politieke besluiten zelf ter discussie, maar ook de procedures om tot deze besluiten te komen. Zo zet de verspreiding van desinformatie op socialemediaplatforms waarheidsvinding onder druk, bemoeilijkt de polarisatie van het politieke en online debat de vorming van consensus en compromis, en ondermijnt de radicalisering van politici en burgers de organisatie van macht en tegenmacht. Daarbij komen voor- en tegenstanders van (ambitieus) klimaatbeleid lijnrecht tegenover elkaar te staan en uiten zij massaal hun verontwaardiging: van klimaatactivisten tot boze boeren.

Hoe kunnen democratische besluitvormingsprocedures de verontwaardiging van massa’s kanaliseren?

Verkiezingen geven massa’s de gelegenheid om elites te selecteren die hen voor een bepaalde periode vertegenwoordigen bij de politieke besluitvorming. De verkiezingsopkomst is, zeker als het gaat om de Tweede Kamerverkiezingen, in internationaal perspectief best hoog. En hoewel er maar een klein percentage van Nederlandse burgers lid is van een politieke partij, neemt het aantal partijen toe en kunnen nieuwe partijen dankzij ons evenredige kiesstelsel relatief makkelijk toetreden tot de Tweede Kamer. Dit stelt nieuwe partijen in de gelegenheid om onderwerpen hoger op de politieke agenda te krijgen, zoals de Partij voor de Dieren als het gaat om dierenrechten en de BoerBurgerBeweging als het gaat om de belangen van boeren.

Tegelijkertijd is er nog ruimte voor verbetering. Verkiezingen blijken vooral de verontwaardiging te kanaliseren van formele massa’s, zoals politieke partijen. Maar zij blijken minder goed de verontwaardiging te kanaliseren van informele massa’s die zich dwars door bestaande partijlijnen heen organiseren. Met name op dit laatste type massa’s zouden burgerinitiatieven, burgerberaden en referenda wel eens beter kunnen aansluiten, omdat zij het mogelijk maken voor massa’s om zich te organiseren rondom specifieke thema’s als klimaatbeleid waarbij de scheidslijnen van voor- en tegenstanders dwars door partijen heen lopen.

Burgerinitiatieven geven massa’s de gelegenheid om zelf een voorstel te agenderen bij de politieke besluitvorming in de Tweede Kamer. Daarbij moet een initiatief aan een aantal criteria voldoen, zoals 40.000 handtekeningen verzamelen en de eis dat het onderwerp de afgelopen twee jaar niet is behandeld. Hoewel burgerinitiatieven in Nederland al bijna twintig jaar mogelijk zijn, is het aantal initiatieven dat daadwerkelijk ontvankelijk wordt verklaard en wordt behandeld door de Tweede Kamer laag. Dit komt onder andere doordat de tweejareneis erg streng is. Zo werd een burgerinitiatief voor duurzame energie in 2010 dat voldoende handtekeningen had – en een breed draagvlak had dwars door politieke partijen heen – niet ontvankelijk verklaard, omdat het onderwerp in de twee jaar daarvoor al was behandeld. Hetzelfde lot trof een burgerinitiatief in 2024 om afscheid te nemen van fossiele brandstoffen middels een internationaal verdrag.

Burgerberaden geven massa’s de gelegenheid om zelf hun mening over politieke onderwerpen en voorstellen te uiten, deze met elkaar uit te wisselen en op basis hiervan met een gezamenlijk advies te komen aan de politiek. Een burgerberaad wordt gekenmerkt door deliberatie en loting van deelnemers. Het doel van deze loting is om de diversiteit, inclusiviteit en representativiteit van de deelnemers te waarborgen. Er zijn al veel voorbeelden van burgerberaden voor het klimaat. Emmanuel Macron organiseerde zijn burgerberaad zelfs naar aanleiding van een verontwaardigde massa: de Franse gele hesjes. In Nederland komt eind 2025 het Nationaal Burgerberaad Klimaat met zijn advies. Het is nog afwachten wat de politiek er mee gaat doen, maar de ervaringen in het buitenland en op regionaal niveau zijn wisselend. Zo werden veel van de ambitieuze aanbevelingen in Frankrijk niet overgenomen.

Tot slot geven referenda massa’s de gelegenheid om de politieke besluitvorming te corrigeren door te stemmen op één of meerdere opties ten aanzien van één of meerdere vraagstukken. Een voorbeeld van een klimaatreferendum komt uit Zwitserland. Daar stemde 59,1 procent van de kiezers vóór een voorstel met als doel dat Zwitserland in 2050 klimaatneutraal is. Saillant is dat het referendum op initiatief was van de rechts-conservatieve Zwitserse Volkspartij (SVP) die tegen de plannen was. Het voorbeeld laat zien dat burgers bij een referendum niet altijd tegen maatregelen stemmen, ook niet als het gaat om het klimaat.

Afzonderlijk zijn de besproken besluitvormingsprocedures geen wondermiddel. Dat laten ook de gegeven voorbeelden zien. Maar ik denk wel dat we de democratie met de juiste combinatie van procedures kunnen verbeteren. In mijn proefschrift ‘Massa tegen macht’ stel ik het democratisch de-escalatiemodel voor. Hierin worden verkiezingen aangevuld met burgerinitiatieven, burgerberaden en referenda. De volgorde van procedures is daarbij niet vrijblijvend. Een burgerinitiatief gaat vooraf aan een burgerberaad, en burgerberaad aan een referendum. Dit geeft de politiek de gelegenheid om conflicten te de-escaleren door tegemoet te komen aan voorstellen van burgers. Maar als burgers zich toch onvoldoende gehoord voelen, kunnen zij het conflict escaleren naar de volgende stap, mits zij hiervoor voldoende steun weten te organiseren om lichtzinnig gebruik te voorkomen.

Wie weet kunnen we met dit democratisch de-escalatiemodel zorgen voor de nodige koeling en niet alleen de oververhitte democratie tegengaan, maar ook de opwarming van de aarde.

Deel via: