Imagine
De hiërarchie onder klimaatonderzoekers moet nodig worden opgeschud. Van oudsher zijn de klimatologen dominant. Wellicht niet ten onrechte: zij beschikken over modellen die kunnen voorspellen hoe het klimaat zich in de komende decennia zal ontwikkelen. Ze zijn hierin zo succesvol, dat we inmiddels heel goed weten wat er qua beperking van CO2-uitstoot moet gebeuren om een klimaatcatastrofe te voorkomen.
Daarom is op dit moment de meest relevante kwestie: hoe krijgen we die beperking voor elkaar? Daarvoor komt het vooral aan op wijzigingen van menselijk gedrag – het specialisme van sociale wetenschappers. Wat hebben zij hierover te zeggen? Laat ik me tot mijn eigen vakgebied, dat van de cultuursociologie, beperken. Cultuursociologen benadrukken met graagte dat opvattingen sociaal geconstrueerd zijn. Dit betekent dat ze niet zijn aangeboren, maar ontstaan door cultuur en sociale interactie: wat mensen leren tijdens hun opvoeding, op school, hoe media en politici ergens over praten. De conclusie die hieruit volgt is dat klimaatopvattingen fundamenteel niet vastliggen. Onder bepaalde omstandigheden kunnen mensen, in weerwil van de feiten, daarom klimaatverandering ontkennen. Maar, en hier wordt het verhaal positiever, onder andere omstandigheden kunnen ze juist uitgroeien tot aanhangers van uiterst voortvarend klimaatbeleid.
Tijdens één mijn colleges voor het vak Klimaatpolitiek geef ik studenten daarom altijd John Lennons oproep uit 1971 mee: Imagine, there is… Ik laat ze vervolgens scenario’s uitdenken die tot meer klimaaturgentie kunnen leiden, rond de volgende plotten. Een gebeurtenis met extreem weer– het 9/11 van de klimaatcrisis – die er zo hard inhakt dat mensen massaal haar urgentie gaan inzien. Of een charismatische leider – de Martin Luther King van het klimaat – die in zulke mate inspireert dat de klimaatbeweging een enorme boost krijgt. Of de condities van een klimaatconferentie vallen zó op hun plek, dat politieke leiders plotseling tot veel meer ambities bereid zijn dan normaal. Wat moet er qua plot, framing en gedrag van de betrokken actoren gebeuren om zulke scenario’s uit te laten komen?
Vaak leidt dit tot de meest utopische antwoorden, zeker voor tijden waarin de klimaaturgentie eerder toe- dan afneemt. Maar toch: wellicht kunnen politici en activisten iets meer de John Lennon in zichzelf oproepen en bedenken hoe zij zulke scenario’s kunnen bespoedigen. Scenario’s waarin vrouwen kiesrecht hebben of de premier openlijk homoseksueel is, werden immers ooit ook absurd gevonden.