We wisten genoeg, maar we deden het verkeerde 

We weten al een halve eeuw wat er zou gebeuren. Wetenschappers waarschuwden, activisten gingen de straat op, politici deden plechtige beloftes. Er zou een plan zijn. De transitie was begonnen.

Maar na eindeloze klimaatconferenties en biljoenen euro’s aan klimaatbeleid is er in de echte wereld nauwelijks iets veranderd. Nog altijd leveren fossiele brandstoffen zo’n 80 procent van alle energie – hetzelfde aandeel als in de jaren zeventig toen we nog dansten op het Smurfenlied. Sterker nog: sinds die tijd is het mondiale verbruik van steenkool, aardgas en olie meer dan verdubbeld.

Zo had het niet hoeven lopen. We hadden een CO₂-vrije technologie in handen: kernenergie. De splijting van atoomkernen van kleine hoeveelheden uranium – overal beschikbaar – had niet alleen meer dan genoeg schone elektriciteit kunnen produceren, maar ook waterstof en warmte voor woningen en industrie.

Maar we kozen anders.

Eerst werden we voorgelogen over het probleem, door een fossiele industrie die twijfel zaaide om de winsten te beschermen. Daarna raakten we misleid over de oplossingen. Grote milieuorganisaties beweerden dat zonnepanelen en windmolens genoeg zouden zijn, zolang je er maar heel veel van neerzet. Ze negeerden de grilligheid van het weer, het enorme materiaalgebruik en de cruciale rol van gascentrales zodra de wind ging liggen of de wolken verschenen. En wij – de samenleving – lieten ons maar al te graag geruststellen door simpele beloften.

Tegelijk werd het bijna vanzelfsprekend om kerncentrales te zien als relikwieën uit het verleden. Zelfs toen het bewijs overweldigend werd – dat kernenergie even veilig is als wind en zon, dat het kleine volume afval goed wordt beheerd en kan worden gerecycled – bleven de vooroordelen hardnekkig. Nu horen we nieuwe rechtvaardigingen: kernenergie zou “te duur” zijn en “te lang duren”. Maar: bouwtijd en bouwkosten zijn juist het gevolg zijn van decennia van politiek getreuzel en telkens veranderende regelgeving die lijkt te zijn ontworpen om het betere alternatief voor fossiel én hernieuwbaar om zeep te helpen.

Intussen waarschuwen het IPCC, het Internationaal Energieagentschap en andere VN-instanties dat er geen geloofwaardig pad naar een leefbare aarde bestaat zonder een sterke uitbreiding van kernenergie.

En terwijl rijke landen elkaar de maat nemen, leven zo’n 700 miljoen mensen nog altijd zonder elektriciteit. Zij hebben geen behoefte aan goede bedoelingen, maar aan betaalbare, stabiele energie. Echte vooruitgang begint bij een overvloed aan schone, betrouwbare stroom – en voorlopig kan alleen kernenergie dat op wereldschaal leveren.

Klimaatverandering kunnen we niet meer voorkomen. We zullen ermee moeten leren leven, omdat we te weinig deden én het verkeerde deden.

 

Deel via: