Het Nederlandse stroomnet loopt vast. Niet omdat er te weinig stroom is, soms juist te veel, maar omdat vraag, infrastructuur en regelgeving steeds minder goed op elkaar aansluiten. Dat heeft gevolgen voor woningbouw, verduurzaming en economische groei. Volgens juristen energierecht Lea Diestelmeier en Jamie Behrendt vraagt netcongestie niet alleen om meer kabels, maar vooral om slimmer gebruik van de bestaande capaciteit, gedragsverandering bij bewoners en bedrijven in combinatie met de aanpassingen in wet- en regelgeving.

Volgens Lea Diestelmeier is het belangrijk om eerst een nuance aan te brengen: netcongestie wordt vaak omschreven als een tekort aan ruimte op het elektriciteitsnet, maar volgens haar ligt de werkelijkheid genuanceerder. Het probleem zit niet alleen in beschikbare capaciteit, maar ook in hoe die capaciteit wordt verdeeld en gebruikt. Een belangrijk deel van het probleem zit volgens Diestelmeier in hoe capaciteit wordt gecontracteerd. Bedrijven en woningen krijgen capaciteit toegewezen alsof zij die voortdurend gebruiken, terwijl dat in de praktijk zelden gebeurt. ‘De netbeheerder moet garanderen dat die capaciteit 24 uur per dag, 100 procent beschikbaar is. Maar een netgebruiker gebruikt deze capaciteit 100 procent eigenlijk nooit.’ Hierdoor ontstaat een verschil tussen contractuele capaciteit en werkelijk gebruik.

Netcongestie vraagt daarom niet om één oplossing, maar om een combinatie van maatregelen: uitbreiding van infrastructuur, slimmer gebruik van bestaande capaciteit, nieuwe juridische afspraken én verandering in gedrag.

Lees het hele bericht op de site van de RUG.

Energiejuristen van de RUG
Beeld: Henk Veenstra/RUG
Deel via: