Niet alleen vakkennis of technische vaardigheden bepalen het succes van een operatie. Onderzoek van Leidse onderzoekers toont aan dat juist het leiderschap van de chirurg cruciaal is onder druk. ‘Presteren onder druk begint al ruim vóór de operatie.’
In het onderzoek draaiden wetenschappers uit verschillende disciplines 100 uur mee op operatiekamers en interviewden ze 32 zorgprofessionals. De resultaten zijn gepubliceerd in Current Problems in Surgery. ‘Goede prestaties ontstaan in de voorbereiding, worden zichtbaar tijdens de operatie en krijgen pas echt waarde als je er achteraf op reflecteert’ zegt onderzoeker en bestuurskundige Eduard Schmidt, die gespecialiseerd is in leiderschap in het sociale en zorgdomein.
De onderzoekers brachten drie belangrijke bronnen van druk in kaart: complicaties tijdens de operatie, samenwerking binnen het team en organisatorische factoren zoals planning en werkdruk. Om daarmee om te gaan, gebruiken zorgprofessionals verschillende mentale vaardigheden, zoals zich vooraf voorbereiden op mogelijke scenario’s, de aandacht richten op wat op dat moment belangrijk is en emoties onder controle houden. ‘We keken naar deze zogenoemde zelfregulatie-strategieën. Mentale en gedragsmatige technieken waarmee je je eigen denken en handelen aanstuurt.’
Maar die vaardigheden komen pas echt tot hun recht als de leider van het team daarvoor de juiste omstandigheden creëert. ‘Kleine dingen kunnen een enorm verschil maken’, zegt Schmidt. ‘Een chirurg die tijdens een moeilijke operatie begint te vloeken of te tieren, zorgt ervoor dat de spanning bij het hele team stijgt. Terwijl het vaak al helpt als je zegt: “Ik merk dat ik geïrriteerd raak omdat het anders loopt dan gepland.” Daardoor begrijpt het team wat er gebeurt en kan iedereen beter blijven anticiperen.’
Lees het hele bericht op de site van de Universiteit Leiden.