Wageningse wetenschappers willen eiwitrijke reststromen uit de voedselindustrie beter benutten. In een groot consortium onderzoeken ze de komende zes jaar hoe ze die onderbenutte grondstoffen kunnen verwerken tot nieuwe voedingsmiddelen én hoe ze die daadwerkelijk in de supermarkt krijgen. Daarvoor ontving het consortium bijna 4 miljoen euro subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
Jaarlijks gaan resten van landbouwgewassen naar veevoer, biogasinstallaties of andere laagwaardige toepassingen. Zonde, want die restanten zitten bomvol voedzame eiwitten. Neem koolzaad, het felgele gewas dat het landschap in het voorjaar vrolijk kleurt. Er bestaat veel vraag naar de olie ervan, maar de koolzaadcake die overblijft na het persen van de olie benutten we nauwelijks voor menselijke consumptie. Dat geldt ook voor delen van peulvruchtenstromen. “Ongeveer twintig procent ervan verdwijnt omdat de kleur of vorm afwijkt, of door slechte logistieke afstemming in de keten”, vertelt Heidy den Besten, persoonlijk hoogleraar bij Levensmiddelenmicrobiologie. Volgens haar ligt daar een enorme kans. Met het nieuwe project genaamd Valorising agricultural crop side streams into consumer foods (VASCO) wil ze samen met tientallen partners laten zien dat we die stromen met slimme processen kunnen omzetten tot een nieuwe generatie voedingsmiddelen.
Het project richt zich op reststromen van peulvruchten, koolzaad en aardappelen. Om daar nieuwe voedingsmiddelen van te maken, gebruiken de onderzoekers twee technologieën, samen of afzonderlijk: eiwitextractie en fermentatie. Met duurzame scheidingstechnieken halen ze waardevolle eiwitten uit de grondstoffen. “We gebruiken deels droge scheiding. Dat is veel duurzamer dan de conventionele natte extractie”, licht Den Besten toe. Ook gebruiken de onderzoekers bacteriën en schimmels om de stromen om te zetten via een fermentatieproces. Micro-organismen verwijderen daarbij niet alleen ongewenste stoffen, zoals glucosinolaten en fytinezuur, maar verbeteren ook de smaak en geur van het eindproduct. Daarnaast kunnen sommige bacteriën vitamines produceren die normaal vooral in dierlijke producten voorkomen, zoals vitamine B12 en vitamine K2. Door die slim in te zetten, willen de wetenschappers de voedingswaarde van de producten verhogen.
Lees het hele bericht op de site van de WUR.