Nieuwe technologie wordt vaak voorgesteld als de oplossing voor de uitdagingen van de Belgische industrie. Robots en artificiële intelligentie zouden productiviteit verhogen, werk verlichten en ondernemingen competitief en klimaatneutraal maken. Nieuw onderzoek van KU Leuven bij meer dan 2.800 werknemers uit de Belgische metaal- en textielindustrie toont dat technologie werknemers inderdaad productiever maakt, maar tegelijk leidt tot meer werkdruk, stress en ongelijkheid.
Het Centrum voor Sociologisch Onderzoek voerde het onderzoek uit. Vooral digitale toepassingen die werknemers moeten ondersteunen, zoals informatie- en communicatiesystemen, gaan geregeld gepaard met een hogere belasting.
Privacy-paradox
Bovendien is het voor veel werknemers onduidelijk welke persoonsgegevens verzameld worden en wat er met deze gegevens gebeurt. Slechts 30% geeft aan de eigen gegevens te kunnen raadplegen en slechts 25% weet wat de werkgever met de verzamelde data doet. Toch gelooft 90% van de werknemers dat hun privacy gerespecteerd wordt. De onderzoekers spreken daarom van een “privacy-paradox”: werknemers hebben weinig zicht op welke data wordt verzameld en gebruikt, maar hebben tegelijk veel vertrouwen in de manier waarop daarmee wordt omgegaan.
Verschillen tussen werknemers
De resultaten zijn niet voor alle werknemers gelijk. Hoger opgeleiden, bedienden en kaderleden ervaren technologie vaker als ondersteunend. Ze zijn ook meer op de hoogte van wat er met hun data gebeurt. Lager opgeleiden en arbeiders rapporteren vaker meer werkdruk, meer stress en een grotere complexiteit van het werk. Over deze groepen worden ook meer persoonsgegevens verzameld en zij zijn minder goed geïnformeerd over hun rechten.
Lees het hele bericht op de site van de KU Leuven.