Longread op de site van de Wageningen Universiteit over klimaatverandering, biodiversiteit en de aanstaande top COP 17.
Van 19 tot en met 30 oktober vindt in de Armeense hoofdstad Jerevan COP17 plaats. Tijdens deze conferentie praten landen met elkaar over hoe zij het verlies aan biodiversiteit in de wereld moeten stoppen. Iets later vindt een andere belangrijke conferentie plaats waar over de leefbaarheid van de planeet wordt gesproken: de klimaattop COP31 in het Turkse Antalya. Er zijn dus twee podia voor wereldwijde onderhandelingen over deze ecologische én maatschappelijke crisissen. Omdat beide opgaven volledig met elkaar zijn verweven, vinden Wageningse wetenschappers dat ze in samenhang moeten worden aangepakt: “De klimaatcrisis is een biodiversiteitscrisis, en andersom.”
Voor wetenschappers zijn conferenties waar wereldleiders over biodiversiteit (COP17) en klimaat (COP31) praten, momenten waarnaar zij reikhalzend uitkijken. Hun bevindingen zien zij daar graag vertaald in bindende afspraken voor alle landen. Officiële rapportages van VN-werkgroepen IPCC (klimaat) en IPBES (biodiversiteit) laten al jarenlang zien dat klimaatverandering en verlies van biodiversiteit hand in hand gaan en elkaar versterken. De effecten versterken elkaar via complexe zelfversterkende cirkels.
Jeanne Nel, Liesje Mommer en Tim van Hattum, allen als wetenschappers verbonden aan Wageningen University & Research, willen deze boodschap tijdens de biodiversiteitstop in Jerevan en de klimaattop in Antalya breed verkondigen. Allen werkend aan eigen onderdelen van het vraagstuk delen zij de overtuiging dat de klimaatcrisis en de biodiversiteitscrisis niet los te zien zijn van elkaar. Tim van Hattum leidt het Wageningse programma Green Climate Solutions, dat werkt aan groene oplossingen tegen klimaatverandering. Volgens hem is natuur de eerste verdedigingslinie tegen klimaatverandering: “Het natuurlijk systeem neemt de helft op van de totale CO2 die in de wereld wordt uitgestoten. Daarnaast maakt de natuur ons veerkrachtiger voor de gevolgen van klimaatverandering, van overstromingen en droogte tot hitte. Natuur is de grootste klimaatoplossing, die helaas nauwelijks als oplossing wordt gebruikt. Het overgrote deel van de aandacht en het geld gaat naar technologische oplossingen, zoals de energietransitie en elektrische auto’s. Die zijn ook belangrijk, maar we zien de meest voor de hand liggende oplossing, meer investeren in natuur, over het hoofd.”
Omgekeerd versnelt klimaatverandering het uitsterven van dier- en plantensoorten. Liesje Mommer, hoogleraar Ondergrondse ecologie, is de drijvende kracht achter het Wageningen Biodiversity Initiative, dat zich inzet voor biodiversiteitsherstel in het landschap. Mommer toonde onder meer aan dat soortenrijke plantengemeenschappen beter groeien dan monoculturen van die soorten. Bovendien zijn mengsels weerbaarder tegen ziekten. Een deel van de verklaring ligt onder de grond, in de complexe netwerken van schimmels en bacteriën rond plantenwortels.
Zorgelijk is het tempo waarin de natuur en het klimaat aan het instorten zijn, meent Jeanne Nel, hoofd van het Biodiverse Environment-programma van Wageningen University & Research. “De wetenschappelijke consensus over klimaatverandering is nu dat we het tempo verkeerd hebben ingeschat: het gaat nog sneller dan wetenschappers dachten. Tienduizend jaar lang was het klimaat op aarde redelijk stabiel. Nu zijn we een fase ingegaan van onvoorspelbaarheid van het klimaat. De droogte van deze zomer was al ongekend. De nieuwe realiteit is echter dat dit nog de stabielste periode is die we ooit gaan meemaken.”
Lees het hele verhaal op de site van de Wageningen Universiteit.