Nederland en de rechtvaardige energietransitie
Nederland zet zich in voor een groene transitie, maar voor de productie van de benodigde technologieën is een grote hoeveelheid kritieke grondstoffen (Critical Raw Materials, CRM) nodig. Nederland is volledig afhankelijk van import uit het buitenland. De groeiende vraag naar deze grondstoffen, zoals lithium, kobalt en zeldzame aardmetalen, brengt risico’s met zich mee voor mens en milieu, vooral in het mondiale Zuiden waar deze materialen worden gewonnen. Inheemse bevolkingsgroepen die in of nabij mijnbouwgebieden wonen, worden daarbij het zwaarst getroffen.
Om te waarborgen dat de Nederlandse transitie rechtvaardig verloopt, zouden die bevolkingsgroepen een centrale rol moeten spelen in beslissingen die hun land, levensonderhoud en cultureel erfgoed aantasten, zeker gezien de haast om kritieke grondstoffen te winnen. Dit geldt zowel in hun hoedanigheid van rechthebbenden als in die van deskundigen met onmisbare kennis over duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen.
Nederland staat voor de uitdaging om de noodzaak om mineralen voor de energietransitie veilig te verenigen met het belang om de negatieve gevolgen van de winning van deze mineralen voor mens en milieu te minimaliseren. Het beleid voor Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) vormt hierbij een belangrijk instrument om te voorkomen dat duurzaamheidsoverwegingen worden opgeofferd aan economische belangen. Sinds 2021 onderhandelt Nederland over een nationale zorgplichtwet die grote bedrijven verplicht risico’s op mensenrechten schendingen te identificeren, voorkomen en adresseren in hun internationale toeleverketens. Onderzoek toont immers aan dat vrijwillige initiatieven onvoldoende effectief zijn om structurele veranderingen in bedrijfspraktijken te realiseren. Het IMVO-beleid erkent dat bedrijven kwetsbaarheden in hun toeleveringsketen kunnen verkleinen en negatieve effecten van de winning van kritische grondstoffen kunnen aanpakken door gepaste zorgvuldigheid (Human Rights and Environmental Due Diligence, HRDD) toe te passen.
In 2024 stemde de Europese Unie, na lange onderhandelingen, in met de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD, ook wel de ‘anti-wegkijkwet’). Hoewel deze richtlijn een belangrijke stap vormt, zijn aanzienlijke concessies gedaan, onder meer ten aanzien van de betekenisvolle betrokkenheid van rechthebbenden tijdens het due diligence-proces, met name van inheemse volkeren. De Europese Unie zet sterk in op waarborging van een gelijk speelveld, ook ten aanzien van niet-Europese bedrijven, op het versterken van haar strategische autonomie en het verminderen van regeldruk, onder meer via de recente EU-omnibusvoorstellen. In Nederland wordt de geopolitieke druk vooral gevoeld in de halfgeleiderindustrie. Toen Nederland in 2023 op verzoek van de VS exportbeperkingen instelde voor gevoelige halfgeleiderproductieapparatuur naar China, dreigde China als vergelding haar levering van kritieke grondstoffen te beperken.
Bij de uitvoering van de energietransitie mag Nederland zijn (extraterritoriale) verplichtingen op het gebied van mensenrechten en milieu niet verwaarlozen. De voorgestelde Wet Internationaal Verantwoord Ondernemen (WIVO) toont echter weinig ambitie: ze vertaalt de Europese CSDDD ‘zuiver en lastenluw’, zonder aanvullende verplichtingen. Daarmee liet Nederland de kans liggen om inheemse volkeren als betrokken rechthebbende expliciet te erkennen. Een werkelijk rechtvaardige energietransitie vereist een sterke nationale implementatiewet die verder gaat dan de Europese minimumeisen en zo het beschermingsniveau voor milieu en mensenrechten, en in het bijzonder voor inheemse volkeren in de mondiale ketens van kritische grondstoffen, versterkt.