De noodzaak van kosmopolitiek

De opwarming van de aarde wordt veelal gezien als een opzichzelfstaand natuurwetenschappelijk fenomeen dat relatief kortgeleden is ontstaan en dat ‘we’ als ‘mensheid’ moeten zien tegen te gaan. Oplossingen worden hierbij vooral in de technologische hoek gezocht (CO2-opvang), of in de sfeer van de individuele (minder vliegen) dan wel collectieve (groene energie) gedragsverandering. Het is in deze zin een externe, objectieve en grotendeels toekomstige bedreiging voor samenlevingen, die vooral om een pragmatische en efficiënte aanpak vraagt.

Het probleem met deze voorstelling van zaken is dat het enerzijds zorgt voor een strikte scheiding tussen ‘mens’ en ‘natuur’, met de depolitisering van klimaatverandering tot gevolg. Anderzijds zorgt het voor een homogenisering van ‘de mensheid’, door het openlaten van het ‘wij’ dat zich ertoe moet verhouden. We worden geconfronteerd met een ontwrichting van de ecologische balans van de aarde, terwijl die aarde in de Moderne[1] kosmologie altijd als statisch, oneindig en beheersbaar is opgevat, als gevolg van de separatie tussen ‘mens’ en ‘natuur’. Een poging om dit beeld van de ‘natuur’ als statisch en beheersbaar vast te houden zien we terug in de manier waarop klimaatverandering wordt gereduceerd tot een kwestie van emissies en percentages. Bovendien is die Moderne kosmologie niet universeel, maar historisch ontstaan en gestoeld in Westerse religieuze, verlichtings- en vooruitgangsideeën die onlosmakelijk verbonden zijn met het koloniale en kapitalistische apparaat dat aan deze ideeën vormgaf.

Deze Moderne manier van leven is antropocentrisch in de zin dat waardesystemen – ethiek, politiek, en recht – geen oog hebben voor de belangen van niet-mensen binnen de ecosystemen waarin wij handelen. Deze fundamentele politieke ontologie zit verweven in denkbeelden en instituties, economie en recht, onderwijs en cultuur. De opwarming van de aarde is een symptoom van een Moderne manier van leven in de zin dat die wordt gekenmerkt door een langdurige asymmetrische verhouding van mensen tot de natuurlijke omgeving en andere wezens. Volgens de logica die hieraan ten grondslag ligt wordt in de menselijke wereld (‘beschaving’ of ‘cultuur’) waarde en welvaart gecreëerd door de niet-menselijke wereld (‘de natuur’ of ‘het milieu’), tot grondstoffen en eigendom te transformeren teneinde deze te exploiteren en beheersen. Het kapitalistische productiesysteem is gefundeerd in de logica van extractie: het reduceren van de leefwereld tot grondstoffen die alleen (goedkope) waarde krijgen als product voor menselijke consumptie. Het verdwijnen van bossen en biodiversiteit door ontbossing, grootschalige landbouw met monocultuur en overbevissing, draagt bij aan een verminderde opname van CO2. Dit laat zien dat deze economische systemen niet losstaan van het fenomeen ‘opwarming van de aarde’.

Door het probleem voor te stellen als een abstract beleidsvraagstuk voor politici, technici en gedragswetenschappers, en uitgedrukt in percentages en doelen, blijft men gevangen binnen een Moderne ontologie. Ecomodernisme in de vorm van zogenaamde groene groei, technologische innovatie, carbon capture, etc., verandert niets aan de fundamentele logica van extractie, waardoor de drijvende kracht erachter, het aansporen van meer consumptie en economische groei, onveranderd blijft. Elke AI-revolutie heeft een energie- en water-slurpend monster van een datacenter achter zich, die het probleem niet verhelpt maar simpelweg verplaatst. Van zulke schijnoplossing profiteren vooral de politieke en economische status quo, doordat de exploitatieve manier van produceren en consumptieve manier van leven niet worden bevraagd.

Klimaatverandering is dan ook slechts één aspect van de vele manieren waarop imperiale en kapitalistische vormen van accumulatie ecosystemen hebben verstoord en uitgeput, met het verdwijnen van soorten, en daarmee van voedsel en water, tot gevolg. Dit maakt de kwetsbaarheid van groepen voor deze gevolgen ook afhankelijk van ecologische context. Hoe inniger gemeenschappen met andere soorten samenleven in een ecosysteem, hoe ingrijpender vaak de gevolgen van klimaatverandering zullen zijn. Het is dan ook een door en door (kosmo)politieke kwestie of men oog heeft voor de verschillende manieren waarop gemeenschappen zich tot specifieke ecosystemen verhouden, zowel in het bijdragen aan het probleem als in het ondervinden van de effecten ervan.

Hiermee kom ik ten slotte tot de vraag wie het ‘wij’ is dat zich moet verhouden tot klimaatopwarming. De Moderne kosmologie is slechts één van de wijzen waarop de verhouding tot de aarde en de wezens die daarop leven is en kan worden opgevat, zowel historisch als transnationaal gezien. De enige echt duurzame uitkomst is een fundamentele herziening van het waardesysteem dat ten grondslag ligt aan de moderne politieke ontologie en daarmee samenhangende kapitalistische economie. Dit betekent, kort gezegd, een politieke herbezinning op de vraag wat het betekent om je als gemeenschap te verhouden tot andere menselijke en niet-menselijke wezens en de aarde. Dat is kosmopolitiek.

 

[1] De term ‘Modern’ komt van Bruno Latour, die deze bewust met een hoofdletter schrijft om te laten zien dat het gaat om een kosmologie die als een religie functioneert. Het gaat dus om de manier waarop de wereld in het Westen ontologisch georganiseerd is sinds de moderniteit en de ethische en politieke grondhouding die hieruit voortkomt.

Deel via: