Hoofd, hart en handen in ons klaslokalen

“Hoe moeten we omgaan met de opwarming van de aarde?” – Dat is precies het soort vraag dat jonge mensen verlamt. Het triggert eco-angst, depressie en een gevoel van machteloosheid. Daarom stel ik mijn studenten liever een andere vraag: “hoe ga jij ervoor zorgen dat jij, je familie en je gemeenschap de opwarming van de aarde overleven?” De eerste vraag gaat over geopolitiek en systemen, wat te veel is om op de schouders van scholieren en studenten te leggen. De tweede over weerbarheid, bouwen aan weer­kracht, iets waar we allemaal naar kunnen streven. “Overleven” klinkt beangstigend, maar overleven is de basisvoorwaarde van de mensheid geweest tot aan de generatie van onze grootouders. Het is iets wat onze overdadige samenlevingen zijn vergeten, en wat de klimaatontwrichting weer scherp in beeld zal brengen. Ik bedoel met overleven geen terugkeer naar een zogenaamd idyllisch boerenverleden. Dat bestond niet: het agrarische leven was zwaar, vol dood en ziekte. En ook geen ‘prepper’-bunkermentaliteit, want niemand overleeft alleen. Menselijke overleving is altijd collectief geweest.

Het wordt hoe dan ook een ruwe rit. Maar het mooie van het onderwijzen van klimaatweerbaarheid is dat veel acties die onze overlevingskansen vergroten óók de uitstoot verlagen: lokaal voedsel telen, natuur herstellen om dorpen tegen overstromingen te beschermen, huizen isoleren, fossiele brandstoffen vervangen, echte gemeenschappen bouwen in plaats van digitale schijnrelaties.

Ons onderwijssysteem bereidt jongeren daar nauwelijks op voor. We leiden hen op voor de wereld van gisteren: een geïsoleerde, marktgedreven economie die ineenstort onder haar eigen gewicht. Wie kan straks nog een moestuin aanleggen, een fiets repareren of een zonnepaneel onderhouden? Mijn geld staat op de praktijkonderwijs- en mbo-studenten, precies de groepen die nu economisch en cultureel worden ondergewaardeerd. Hoe veerkrachtig zijn onze legers van universitair afgestudeerden die jaren slechts één hersenhelft hebben gebruikt (zelfs dat staat nu onder druk, nu ChatGPT hun schoolwerk kan schrijven)? De toekomst is niet vriendelijk voor de manueel onbeholpen.

Maar het antwoord is ook geen neocommunistisch, anti-intellectueel ideaal. In plaats daarvan stel ik een vorming voor van hoofd, hart en handen voor alle jonge mensen in Nederland: een heropleving, voor de 21e eeuw, van het volkshogeschool-ideaal dat vroeger in Nederland bestond (1925-2010), waarin de ontwikkeling van de persoon bijdraagt aan de gemeenschap, en de gemeenschap aan ons collectieve gevoel van betrokkenheid. Laat onze strijd tegen de opwarming van de aarde beginnen in onze klaslokalen. Zo verbinden we persoonlijke weerbaarheid met systeemverandering. Want hoe beter onze jongeren zijn toegerust om lokaal, circulair en holistisch te handelen, hoe groter onze kans om als samenleving te overleven – met hoofd, hart en handen.

Deel via: