Omgaan met klimaatopwarming is niet zwart of wit
Omgaan met klimaatopwarming is niet zwart of wit. De gestelde klimaatdoelen van het Parijsakkoord geven velen de indruk dat het erop of eronder is: als we de anderhalve graad opwarming niet voorkomen, is alles verloren; halen we het wel, zijn we gered. Zo werkt het niet. Iedere extra fossiele brandstof die in vlammen opgaat, zorgt voor een klein beetje extra opwarming, en elk beetje extra opwarming maakt de aarde een klein beetje minder leefbaar. Maar langs de andere kant werkt dat net zo goed. Iedere windturbine, ieder zonnepaneel kan een klein deel van de CO2-uitstoot voorkomen. Iedere isoleringsmaatregel in je huis, iedere keer dat je de auto laat staan, iedere keer dat je een duurzame keuze maakt bij het winkelen, kan een klein deel van het probleem voorkomen. Als we alles bij elkaar optellen, kan de uitkomst groot worden.
We zullen niet meer voorkomen dat klimaatverandering het leven van de volgende generaties zal beïnvloeden. Daarvoor is het simpelweg te laat. Sterker nog, we zien die invloed vandaag de dag al. Aanpassingen aan die veranderingen zullen nodig zijn en nodig blijven. Dat is geen excuus om niets meer aan het probleem te doen, maar een bijkomende maatregel om de gevolgen van de problemen te verzachten.
De klimaatopwarming kan alleen worden afgeremd als we overstappen op hernieuwbare energiebronnen. Zoiets kan niet van de ene op de andere dag, en het mag op lange termijn ook niet ten koste gaan van de welvaart. Je hebt er weinig aan arm te zijn op een duurzame planeet. Daarom moeten we ook oog hebben voor de noden van de honderden miljoenen mensen die nog nooit toegang hebben gehad tot moderne vormen van energie. Het helpt niet om met het vingertje naar arme landen te wijzen en te zeggen dat ze geen gascentrales mogen bouwen of geen olie mogen ontginnen. In een ongelijke wereld kunnen de verwachtingen niet altijd voor iedereen dezelfde zijn.