Hoe moeten we omgaan met de opwarmende aarde? (50)

Marx sprak over de manier waarop mensen als dingen worden ingezet om er meerwaarde (surplus) uit te extraheren. Heidegger sprak over de verdinglijking van de dingen, het ‘ter beschikking’ houden van alles dat als voorraad kan dienen om meerwaarde te scheppen en verder te verhandelen. Hayek, Friedman, Buchanan en andere kompanen van de Mont Pèlerin Society ontwierpen een economische ideologie, verkocht als wetenschappelijke theorie, onder de noemer van neoliberalisme. Zij gaven de idee van het vermarkten van alles en iedereen een aura van wetenschappelijke verstandigheid en onontkoombare werkelijkheid, en ‘verrijkten’ onze taal met begrippen als ‘transactiekosten’, ‘externe kosten’, ‘pareto optimaal’ en zo meer. Net te lastig om zomaar te bevatten en daarmee ook net te lastig om zomaar te ontmaskeren als een in zichzelf gekeerd netwerk van beweringen die zich niet laten falsificeren en daarmee de status verdienen van een geloof, niet van een harde wetenschap.

Het is deze omgang met de aarde als passieve stapeling van in te zetten bronnen die het probleem van de opwarming van de aarde onoplosbaar lijkt te maken. Niet zozeer omdat de verheerlijking van economische markten geen wetenschap is, maar omdat die verheerlijking onder het mom van ‘economische inzichten’ voorbijgaat aan alles wat er toe doet en aan alles wat zich niet in onafhankelijke variabelen berekenbaar laat maken. Om los te geraken van die nefaste, manipulatieve verhouding tot de aarde zijn twee omwentelingen nodig. Ten eerste moet het wetenschappelijke vernis van het marktfundamentalisme worden afgekrabd. Ten tweede, als helder is dat de keuzes die we maken bij het inrichten van onze economie geen wetenschappelijke maar politieke, ethische en levensbeschouwelijke keuzes zijn met verstrekkende gevolgen, kunnen we een omwenteling beproeven die het respect herstelt voor het raadselachtige dat inherent is aan de aarde als complex geheel van elektromagnetische relaties, ingebed in een universum waar we het fijne niet van weten.”

Lees het complete antwoord van Mireille Hildebrandt, emeritus hoogleraar recht, hier, naast alle 140 andere antwoorden.

Deel via: