Kinderen die snel boos worden, makkelijk gefrustreerd raken of heftig reageren op stress, krijgen vaak het label ‘moeilijk’. Hun temperament wordt daarbij vaak gezien als iets dat aangeboren is of onveranderlijk. Maar dat beeld is te simpel, blijkt uit promotieonderzoek van pedagoog Marijke Huijzer-Engbrenghof. Ze onderzocht hoe opvoeding, temperament, genetische aanleg en storend gedrag met elkaar samenhangen. ‘Het idee dat een kind “nu eenmaal zo is” klopt niet’, aldus Huijzer-Engbrenghof.
Een van de belangrijkste conclusies is dat temperament – vaak gezien als aangeboren en stabiel – meer kan veranderen dan lange tijd werd aangenomen. Huijzer-Engbrenghof richtte zich hierbij onder meer op negatieve emotionaliteit als onderdeel van temperament: de neiging van kinderen om heftig te reageren op frustraties of stress. ‘Dat kan een belangrijke voorspeller zijn voor hoe kinderen later in het leven met situaties omgaan’, zegt ze. Zo hangt hoge negatieve emotionaliteit samen met problemen in relaties en op het werk op volwassen leeftijd.
Huijzer-Engbrenghof onderzocht of opvoedinterventies die bedoeld zijn om storend gedrag te verminderen, invloed kunnen hebben op die negatieve emotionaliteit. ‘Wat we vonden, is dat niet alleen het storende gedrag van kinderen afnam, maar dat negatieve emotionaliteit gelijktijdig afnam’, zegt ze. ‘Daarmee zou je voorzichtig kunnen zeggen dat temperament helemaal niet zo’n vaststaand gegeven is.’
Lees het hele bericht op de site van de UvA.