Onderzoekers van de Universiteit Twente en de Universiteit Utrecht hebben starre, staafvormige deeltjes in zachte blaasjes ter grootte van een levende cel verpakt, en zagen hoe het blaasje en zijn inhoud elkaar hervormen. De vorm van het blaasje bepaalt hoe de staafjes gaan liggen; de dicht opeengepakte staafjes buigen op hun beurt het blaasje in nieuwe vormen. Dit biedt een minimaal model dat laat zien hoe fysieke koppeling tussen een zachte grenslaag en interne filamenten van binnenuit kan bijdragen aan de organisatie van cellulaire structuren.
Levende cellen zitten vol met filamenten. Deze draadvormige steigers houden een cel in vorm, duwen haar vooruit als ze beweegt en trekken haar uit elkaar als ze deelt, en dat alles binnen een zacht membraan dat met ze meebuigt en mee stroomt. De filamenten geven het membraan vorm, en het membraan beperkt op zijn beurt de filamenten.
Natuurkundigen begrijpen de ene helft van die wisselwerking: een vaste vorm bepaalt de inhoud. Pak genoeg staafvormige deeltjes in een vaste doos en ze schieten van een wanordelijke kluwen naar een nette uitlijning, net zoals lucifers die zich ordenen als je de doos schudt. Wat er gebeurt als de wanden van die doos kunnen meebewegen, was nauwelijks getest. Een flexibele wand kan vervormen om ruimte te maken voor de inhoud, waardoor de bekende regels niet meer gelden.
Lees het hele bericht op de site van de UTwente.