Want rouwen is niet alleen het verlies, weet UT-wetenschapper Lonneke Lenferink. ‘Mensen zeggen vaak tegen me dat het zo’n heftig onderwerp is. Maar het gaat ook om liefde, hè? Om de mensen van wie je het meest gehouden hebt. Die er nu niet meer zijn, maar die nog steeds een belangrijke rol spelen in wie jíj nu bent. Ik vond het een heel interessant thema om meer over te weten te komen. Vroeg of laat, iedereen maakt rouwen mee.’
Terwijl er nog zoveel onbekend is over het onderwerp, vertelt Lenferink. Het zorgt ook voor grote misvattingen, mythes en taboes. ‘Die welbekende five stages of grief, die zijn totale bullshit. Althans, ze zijn ooit bedacht voor mensen die terminaal ziek zijn, om van het leven afscheid te kunnen nemen. Maar ergens zijn ze een soort gemeengoed geworden rondom rouwen. Onzin. Net als dat je alleen heftig en emotioneel rouwen de enige manier zou zijn. Sterker nog, we volgden tien jaar lang de nabestaanden van MH17-slachtoffers. Bij de meerderheid was er geen sprake van hevig rouwreacties. Maar dat betekent dus niet dat je niet van je dierbaren hebt gehouden.’
Zulke misvattingen zijn schadelijk, vindt de UT-wetenschapper. ‘Ik kan me er oprecht boos om maken. Ik maakte het vaker mee in mijn onderzoek; als ik mensen interview die hun dierbare verloren, dat ze zich bijna schamen voor hun gebrek aan emoties. Of dat ze ervan schrikken dat ze hun dierbare niet echt missen, ook al hielden ze ontzettend veel van ze. Uiteindelijk is rouwen een heel persoonlijk proces. Daarom houd ik niet van de term ‘het een plekje geven’, want dat insinueert dat het er ergens niet mag zijn. Verdragen is wat mij betreft de beste term. Het gaat er niet om dat je het verdriet wegneemt, het gaat erom dat het verdriet er is en dat je dat leert te verdragen.’
Lenferink werkt veel met een soort dagboekmetingen die te doen zijn via de smartphones van mensen.
Lees het hele interview met Lenferink op de site van de UTwente.