Niet vervolgingsbeleid of politieke interventie, maar vooral praktische belemmeringen bepalen wie daadwerkelijk voor een Nederlandse rechter komt vanwege internationale misdrijven. Dat blijkt uit onderzoek van strafrechtwetenschapper Gezy Schuurmans van Tilburg Law School. Om de praktische belemmeringen weg te nemen, is internationale samenwerking onmisbaar.
De vervolging van internationale misdrijven, zoals oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, wordt steeds lastiger, in elk geval op internationaal niveau. Zo wordt de legitimiteit van het Internationale Strafhof ontkend en bestaat er een gebrek aan medewerking van landen met het Strafhof.
De nationale vervolging van internationale misdrijven is in tegenstelling tot het internationaal niveau juist enorm gegroeid de laatste jaren. Nederland neemt hier een pioniersrol in aan; er is veel expertise op het gebied van het internationaal strafrecht en door de strafrechtketen heen zijn specifieke units of afdelingen erop gericht.
Maar ook op de nationale vervolging bestaat nog kritiek. Vervolging in Westerse landen richt zich vaak op daders van lagere rang betrokken bij conflicten in het Mondiale Zuiden, terwijl vervolging van internationale misdrijven gepleegd door daders uit Westerse landen veelal achterwege blijft. Deze selectiviteit wordt toegeschreven aan politieke keuzes door nationale overheden. Maar tot nu toe bestond er geen empirisch onderzoek naar de besluitvorming achter vervolgingen.
Lees het hele bericht op de site van de Universiteit Tilburg.