“Het is een fout om enkel ziekte te zien in abnormaliteit”
– Lev Vygotsky, 1933
Onze samenleving wordt gedomineerd door hokjesdenken. We houden van hokjes want ze maken ons leven overzichtelijk en vatten complexe concepten samen in tastbare begrippen. Je bent of een linkse denker of een rechtse denker, klimaatactivist of juist klimaatontkenner, introvert of extravert … ik kan zo wel nog even doorgaan. Deze rigide manier van denken vormt jammer genoeg ook de basis van hoe onze mentale gezondheidszorg gestructureerd is.
Laat ons het voorbeeld nemen van Marie. Na maanden op een wachtlijst te hebben gestaan kan ze eindelijk bij een hulpverlener terecht waar haar symptomen bekeken worden vanuit het perspectief van de DSM-V. Dat is zowat de bijbel van de mentale gezondheidszorg, waarbij voor elke mentale stoornis een lijst van symptomen wordt weergegeven. Marie voldoet aan het vooropgestelde aantal criteria uit de lijst van ernstige depressieve stoornis (MDD) waardoor de diagnose MDD aan haar wordt toegekend, en vanaf dat moment behoort Marie in het hokje ‘MDD’.
Terwijl het hokjes denken helpt om relatief vlot tot een diagnose te komen, is het vaak niet bevorderlijk voor het vinden van een gepaste behandeling. Als bij tien personen uit het hokje MDD cognitieve gedragstherapie wordt toegepast, is deze behandeling slechts bij ongeveer de helft van hen effectief, terwijl antidepressiva helpt bij een ander deel van die tien, en weer anderen uiteindelijk meer baat hebben van rTMS (het elektrisch stimuleren van de hersenen). Het vinden van een geschikte behandeling is dus vaak simpelweg trial-and-error.
Dit roept de vraag op of die hokjes structuur waarop de mentale gezondheidszorg gebaseerd is wel voldoende aansluit bij de aard van mentale stoornissen en de behoeften van patiënten in de praktijk. Een ongenuanceerd antwoord op die vraag is ‘nee’. Er is namelijk een groeiende consensus dat psychische stoornissen geen strikt afzonderlijke categorieën zijn, maar eerder een continuüm vormen van afwijkingen van de normale gezondheid. Meer nog, ook binnen wat als ‘normaal’ of ‘gezond’ wordt beschouwd is grote variatie. Net zoals twee personen met ‘blond’ haar een volledig andere haarstructuur kunnen hebben, vertonen twee ‘gezonde’ personen verschillen, en zijn ook twee personen met MDD niet gelijk, ook al delen ze bepaalde karakteristieken.
Om mensen met een mentale stoornis beter te kunnen helpen moeten we naar mijn mening weg van hokjes en anders leren kijken. We moeten een manier vinden om de variatie in (ab)normaliteit beter te begrijpen en omarmen. Dit kunnen we doen door te focussen op patronen die hokjes of diagnose-overkoepelend zijn en op methoden die variabiliteit op individueel niveau in kaart kunnen brengen. Methoden die daarenboven de biologische aspecten achter de gedragsmatige symptomen in kaart brengen en rekening houden met hoe alles zich ontwikkelt doorheen de tijd. Op die manier kunnen we de hokjes achterwege laten en komen tot gepersonaliseerde profielen die info geven over of, en in welke mate, een individu afwijkt van de norm, hoe deze afwijkingen verband houden met biologische mechanismen en hoe deze zich ontwikkelen.
Dit perspectief gaat verder dan wat de huidige diagnostische categorieën of hokjes in isolatie ons kunnen vertellen en houdt een conceptuele verschuiving in van de manier waarop psychische stoornissen worden gekaderd. De vraag is niet langer ‘Welke stoornis heeft Marie, tot welk hokje behoort ze?’, maar eerder ‘Wijkt Marie af van het typische traject, en is deze afwijking klinisch significant?’ Met andere woorden, we moeten de overstap maken van op diagnose gebaseerde labels en hokjes denken naar een gezondheidsgericht perspectief waarin we variatie in (ab)normaliteit begrijpen en omarmen. Zoals Vygotsky het al eerder zei, het is namelijk fout om enkel ziekte te zien in abnormaliteit.
Meer weten? https://doi.org/10.1016/j.psycom.2026.100279
Vygotsky, L.S., 1993. The fundamental problems of defectology. In: Rieber, R.W., Carton, A.S. (Eds.), The Collected Works of L. S. Vygotsky, Volume 2: The Fundamentals of Defectology. Plenum Press, New York, Originally published in 1929. Transcribed by Andy Blunden. Source. XMCA Research Paper Archive.