Een beter milieu begint bij het bedrijfsleven

Maatschappelijke druk lijkt een werkzaam middel om ondernemingen een bepaalde kant op te laten bewegen, zoals vermindering van uitstoot van CO2. Maatschappelijke druk op ondernemingen is te koppelen aan mogelijk verlies van maatschappelijk draagvlak voor de activiteiten van die ondernemingen. Deze kunnen er van alles aan doen om dat draagvlak te creëren of te behouden. Transparantie over maatschappelijke en milieugerichte activiteiten helpt om dat draagvlak te behouden of te verbeteren, maar te veel transparantie kan als een boemerang werken. Daarbij komt dat transparantie voor veel ondernemingen verplicht is.

Ondernemingen worden soms onder druk gezet door activistische, niet-gouvernementele organisaties (ngo’s). Snelwegen worden geblokkeerd, schilderijen besmeurd, musea bezet, rechtszaken gevoerd, activisten verstoren aandeelhoudersvergaderingen en consumenten gaan over op kopersstakingen. Ook zijn er bepaalde aandeelhouders die actief worden, zoals pensioenfondsen die hun belang van de hand doen. Voor zover bekend gaan er weinig getroffen ondernemingen of staten daadwerkelijk over tot uitstootvermindering als gevolg van deze acties.

Het blijkt lastig te zijn voor ondernemingen om de draai naar minder uitstoot te maken. Ze dienen meerdere belangen en hebben meerdere doelen. Vaak wordt gesteld dat het economisch doel van het creëren van aandeelhouderwaarde voorop staat. Daarmee staat het economische belang van aandeelhouders voorop. Ondernemingen lijken vaak dat economisch doel tegenover maatschappelijke doelen te stellen. Maatschappelijke doelen zijn in principe duurzaamheidsdoelen. Duurzaamheid en winstgevendheid kunnen elkaar versterken, maar dat lukt in de praktijk vaak niet. Een realistisch optimum zou een evenredige aandacht voor beide type doelen kunnen zijn. Of die evenredigheid wordt nagestreefd is terug te vinden in de strategie en in de gedragscode. Iedere onderneming maakt eigen keuzes. Als het gaat om klimaat, dan komt een deel van de ondernemingen niet verder dan klimaatadaptatie. Dat is vooral gericht op het verkleinen van het eigen financiële risico en dat draagt maar beperkt bij aan maatschappelijke doelstellingen.

Er lijkt een paradox te bestaan bij transparantie over duurzaamheid. Transparantie is vaak verplicht en is bedoeld om maatschappelijke druk te verminderen. Maar transparantie over bijvoorbeeld CO2-uitstoot kan ook leiden tot verminderd matschappelijk draagvlak. Als de uitstoot hoger is dan de maatschappij wenselijk acht en dat wordt algemeen bekend, dan kan verminderd draagvlak leiden tot acties. En die acties kunnen dan een prikkel zijn voor ondernemingen om ondanks een wet- en regelgevingskader over transparantie de uitstoot mooier te presenteren dan de werkelijke uitstoot. Dat is greenwashing, en dat is weer een vorm van verminderde transparantie.

Maar de paradox is te doorbreken. Als de overheidswetgevers en -handhavers er alles aan doen om greenwashing te voorkomen, met hulp van externe assurance-verleners, zoals duurzaamheidsaccountants. Dan blijft alleen het daadwerkelijk verminderen van uitstoot over om aan de maatschappelijke verwachtingen te voldoen. Conclusie: uitstoot is te sturen door de aanpak van greenwashing. Een beter milieu begint bij het bedrijfsleven. Met enige hulp van de overheid.

Deel via: