De twee wetten van de sociale dynamica
Een focus op het individu is het dominante perspectief als het om het begrijpen van ons (on)duurzame gedrag gaat. Althans, dat was lang en vaak het geval. Maar het systemische perspectief is er ook altijd geweest en de voorbije tijd onmiskenbaar in opkomst. Steeds duidelijker en overtuigender wordt het dat ons doen en laten in belangrijk mate bepaald wordt door economische uitgangspunten, beleidsbeslissingen, door sociale en culturele omstandigheden evenals door mogelijkheden die materiële en digitale omgevingen bieden. Deze systeembenadering wijst op de noodzaak van fundamentele systeemveranderingen om de huidige klimaatproblemen te helpen oplossen in plaats van mensen hier individueel verantwoordelijk voor te houden. Echter, dit laatste betekent allerminst dat het (samen) handelen van mensen er niet toe zou doen, of mensen zou ontslaan van het nemen van eigen (morele) verantwoordelijkheid.
Als consumptiesocioloog vestig ik mijn hoop op collectief menselijk handelen als ontsnappingsroute uit de klimaatcrisis. Ik richt mij in het onderstaande primair op het groepsniveau. Dit is het mesoniveau, dat zich tussen individu (micro) en systeem (macro) bevindt. De mensen met wie we meer relatie hebben en die voor ons belangrijk zijn, zijn van grote invloed op ons denken en doen. Waar relaties directer en hechter zijn, daar manifesteren de wetten van de sociale dynamica zich manifest.
De eerste wet van de sociale dynamica, die ik wil introduceren, luidt dat mensen sociale wezens zijn. Deze wet is te betitelen als de wet van contra-individualisering. We hebben elkaar niet alleen praktisch en emotioneel nodig, maar ook stemmen we ons doen en laten op elkaar af. We kijken naar c.q. kijken af van wat anderen doen. Andersom heeft ons doen en laten impact op anderen en hun gedragskeuzes. Ongeacht of dit tot samenwerking of strijd leidt, de eerste hoofdwet van de sociale dynamica blijft in tact: mensen zijn sociale dieren.
De tweede hoofdwet van de sociale dynamica stelt dat gedrag dat vaker en vanzelfsprekender tentoon wordt gespreid, aan acceptatie en aanzien en daarmee aan aanhang wint. Kortweg noem ik dit de wet van normalisering. In goed hedendaags Nederlands heet dit ook wel mainstreaming: bepaald doen en denken, dat voordien een meer of minder marginaal bestaan leidde, wordt gangbaarder en gebruikelijker. Deze tendens interacteert weer met normatieve normalisatie in de vorm van maatschappelijke acceptatie en waardering. De samenhang met de eerste wet van de sociale dynamica laat zich direct herkennen.
Volmondig toegegeven, wat momenteel als normaal gedrag en nastrevenswaardige levensstijl te boek staat werkt vooral de opwarming van de aarde in de hand. Toch bieden de wetten van de sociale dynamica hoop voor enige afkoeling van onze planeet.
Tien procent binnen een groep met relatief sterke banden (eerste hoofdwet) is genoeg voor een kritische massa die kan zorgen voor een snelle verspreiding van ‘afwijkend’ gedrag en dito denken (tweede hoofdwet). Een sociaal kantelpunt kan worden bereikt als dit normaliseringproces 25 à 30% van de groepsleden voor zich heeft gewonnen. Dus als minder dan twee derde van de mensheid geen klimaatontkenner is noch een verpletterende ecologische voetafdruk heeft, dan is er hoop dat de menselijke soort de aarde de broodnodige verkoeling gaat bieden.