Een eco-label voor robotica
Robotica, als snelgroeiende technologie, biedt zowel kansen als uitdagingen in de transitie in hoe we produceren, consumeren en innoveren met impact op de opwarming van de aarde. Enerzijds kunnen robots bijdragen aan het verminderen van de ecologische voetafdruk, anderzijds brengen ze nieuwe milieubelastingen met zich mee. Een gebalanceerde benadering is daarom essentieel.
Robots kunnen op verschillende manieren bijdragen aan klimaatmitigatie en -adaptatie. Zo worden autonome drones en robots ingezet voor precisielandbouw, waarbij ze gewassen monitoren en alleen daar bemesten of irrigeren waar nodig. Dit vermindert het gebruik van water, kunstmest en pesticiden, wat niet alleen goed is voor het milieu, maar ook voor de efficiëntie van voedselproductie. In de energiesector helpen robots bij het onderhoud van windturbines en zonnepanelen, vaak op moeilijk bereikbare of gevaarlijke locaties. Hierdoor kunnen hernieuwbare energiebronnen betrouwbaarder en veiliger worden ingezet. Daarnaast worden robots gebruikt voor milieumonitoring. Ze verzamelen data over luchtkwaliteit, temperatuur, bodemgesteldheid en biodiversiteit, wat cruciaal is voor het begrijpen van klimaatverandering en het ontwikkelen van effectieve beleidsmaatregelen.
Toch is de productie van robots zelf niet zonder milieukosten. Veel robots bevatten zeldzame aardmetalen en energie-intensieve componenten. Ook de training en gebruik van artificiële intelligentie, vereist voor bepaalde taken heel wat energie. Bovendien is het recycleren van robotonderdelen vaak complex, wat leidt tot elektronisch afval. Daarom werken we binnen Brubotics (VUB & imec) aan concepten om een Eco-Label te introduceren voor duurzame robotica. Dit label zou, net als bij energie-efficiëntie bij huishoudtoestellen, consumenten en bedrijven helpen om te kiezen voor milieuvriendelijke robots.
Het voorgestelde Eco-Label beoordeelt robots op vijf kernwaarden: gebruik van grondstoffen, levensduurverlenging, koolstofvoetafdruk, energie-efficiëntie en circulariteit. Deze waarden worden toegepast op alle kerntechnologieën van een robot, zoals materialen, sensoren, actuatoren en software. Zo wordt niet alleen het gebruik, maar ook de productie en het einde van de levenscyclus meegenomen in de beoordeling.
De sleutel ligt in transparantie, regelgeving en innovatie. Door robotica te ontwikkelen met duurzaamheid als uitgangspunt, kunnen we technologie inzetten als bondgenoot in de strijd tegen klimaatverandering. Maar dat vereist samenwerking tussen wetenschappers, beleidsmakers, industrie en consumenten. Alleen dan kunnen we robotica inzetten als kracht voor een leefbare planeet.