Een juridisch bindende zorgplicht
“Hoe moeten we omgaan met de opwarming van de aarde?”
Voor een jurist is dit een gemakkelijke vraag omdat het Internationaal Gerechtshof die onlangs al voor ons heeft beantwoord. De kern van dat antwoord is dat op elke staat een juridisch bindende zorgplicht rust om een ambitieuze en eerlijke bijdrage te leveren om de collectieve doelstelling van 1,5 graden te realiseren (wat strenger is dan de oude doelstelling die nog in de Overeenkomst van Parijs staat, namelijk “ruim onder 2 graden”). Het gaat dan niet enkel om het formuleren van beleid en het voldoen aan de procedurele verplichtingen uit de Overeenkomst, maar om het daadwerkelijk nemen van echte maatregelen. En Staten moeten niet alleen hun doelstellingen naleven, ze moeten ze ook geleidelijk aanscherpen en de hoogst mogelijke ambitie nastreven met hun doelen, zowel wat betreft het terugdringen van emissies als de aanpassing aan klimaatverandering. Sterker nog: elke verslechtering van de klimaatgegevens moet leiden tot een aanscherping van nationale maatregelen.
Vaak wordt getwijfeld aan de juridische status van de Overeenkomst van Parijs omdat er veel inspanningsverplichtingen instaan. Maar het Hof is heel duidelijk: alles is juridisch bindend en verplichtend, ‘compliance in full’ is vereist. Het Hof gaf een lange lijst van handelingen die in het kader van deze zorgplicht verlangd mag worden, zoals o.a. geschikte regels en maatregelen nemen die zorgen voor diepe, snelle en blijvende verlaging van broeikasgasemissies, gebaseerd op wetenschappelijke kennis, inclusief het nemen van voorzorgsmaatregelen bij wetenschappelijke onzekerheid, het uitvoeren van een risico analyse bij het nemen van besluiten over projecten die mogelijk een nadelig effect kunnen hebben op het klimaat, etc.
Bij het behandelen van de vraag wat er moet gebeuren als een staat zich niet aan deze verplichtingen houdt, noemde het Hof nog een paar voorbeelden van activiteiten die kunnen leiden tot een succesvolle juridische actie tegen die staat: exploratie en productie van fossiele brandstoffen, verlenen van vergunningen voor het zoeken naar of winnen van fossiele brandstoffen, verlenen van subsidies aan fossiele brandstoffen, het niet reguleren van individuele bedrijven die broeikasgassen uitstoten.
Eigenlijk zegt het Hof dat verdere winning van fossiele brandstoffen in strijd is met het internationale recht, en het aanboren van nieuwe velden of het uitbreiden van bestaande velden al helemaal. Maar het Hof geeft zelf ook aan dat enkel het naleven van internationaal recht niet voldoende is: “A complete solution to this daunting, and self-inflicted, problem requires the contribution of all fields of human knowledge, whether law, science, economics or any other. Above all, a lasting and satisfactory solution requires human will and wisdom — at the individual, social and political levels — to change our habits, comforts and current way of life in order to secure a future for ourselves and those who are yet to come.”