Geen auto, geen airco
Langs de kant van de weg verkoopt een vrouw wat groente en fruit. Met een doek om haar hoofd probeert zij zich tevergeefs tegen de brandende zon te beschermen – het is hartje zomer en de temperatuur loopt richting de veertig graden. Over de weg rijden auto’s van chique merken als Volkswagen en BMW, uiteraard voorzien van airconditioning.
In één bescheiden beeld zijn zo de variërende gevolgen van klimaatverandering gevangen. Voor de een betekent klimaatverandering kansen voor de Nederlandse wijnbouw, of de ontsluiting van waardevolle grondstoffen in het Noordpoolgebied. Of een airco in huis – wel zo aangenaam. En de vraag hoe het straks zit met de terugleverkosten voor zonnepanelen. Want ondanks de riante overwaarde van het eigen huis, waren die zonnepanelen vooral een investering voor de eigen portemonnee, en niet voor het klimaat.
Of klimaatverandering roept vragen op over de vakantieplannen. Niet meer naar Toscane in het midden van de zomer, maar voortaan in de meivakantie naar Italië. Dat zijn de echte aanpassingen die klimaatverandering dragelijk maken.
Voor de ander, veelal in het mondiale Zuiden, betekent klimaatverandering onder meer sterk teruglopende oogsten, een oprukkende woestijn, en extreme weersomstandigheden die huizen verwoesten die daar niet tegen bestand zijn. Het geld om die gevolgen het hoofd te bieden ontbreekt. Of, dichter bij huis, betekenen de oplopende energiekosten het niet meer goed kunnen verwarmen van slecht geïsoleerde, vochtige, huurwoningen.
Het is niet nodig om een doorgewinterde utilitarist – iemand voor wie de moreel juiste handeling degene is die het totale geluk in de wereld zo veel mogelijk vergroot, afgezet tegen het verminderen van de totale pijn – te zijn, om in te zien dat het verzachten van de pijn van die tweede groep absoluut prioriteit heeft boven de vraagstukken van de eerste. En de beste remedie daarvoor is nog altijd het tegengaan van klimaatverandering.
De sleutel daarvan ligt, zoals overbekend, vooral bij de eerste groep. Van China tot Chicago en van Melbourne tot Madrid, de uitstoot van CO2 moet rap aan banden. Dat betekent zoal minder vlees, minder vliegen, en minder kleding. En minder auto’s, ook geen elektrische – ook die verbruiken kostbare materialen en energie. “Het hebben van een auto is geen mensenrecht of zo”, zei wetenschapshistoricus Jean-Baptiste Fressoz onlangs treffend in NRC. We moeten uitzoeken hoeveel krimp haalbaar is, en hoe de slachtoffers van klimaatverandering te compenseren, zo concludeerde hij.
Kom dus uit die auto met airco, en koop wat lokale groenten van een vrouw langs de weg.