Hoe we (ook) niet omgaan met klimaatverandering
Sinds de jaren zeventig en tachtig bestaat er brede wetenschappelijke consensus dat de uitstoot van stikstof in de vorm van NOx (stikstofoxiden) en NH₃ (ammoniak) schadelijk is voor natuur en gezondheid. Maatregelen uit de jaren negentig zorgden aanvankelijk voor een daling van deze uitstoot, maar die stokte in de jaren 2010 door de afschaffing van het melkquotum. Omdat de Europese Unie wel oog heeft voor de schade aan natuur en volksgezondheid, werd Nederland al snel op de vingers getikt. Wat volgde was een reeks politieke noodgrepen om de uitstoot voorlopig tóch te kunnen blijven voortzetten.
De belangen van uitstoot, jarenlang krachtig onder de aandacht gebracht door lobbyisten, zijn blijkbaar groter dan de belangen van een gezonde leefomgeving. De consequentie: naast milieu- en gezondheidsschade is er nu ook (dreigende) schade in de bouw- en in de landbouwsector. Kortom, al ruim dertig jaar is dit daarmee vooral een escalerend politiek probleem, dat maar weinig te maken heeft met nieuwe wetenschappelijke inzichten.
Sinds halverwege de 19e eeuw kennen we de invloed van CO₂-uitstoot op het klimaat. Het eerste gezaghebbende rapport dat deze kennis bundelde, werd in 1979 opgesteld door de beroemde Charney-werkgroep in opdracht van het Witte Huis. In de daaropvolgende veertig jaar heeft onderzoek nog veel waardevolle informatie opgeleverd, die voor beleidsmakers in zes omvangrijke rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) sinds 1990 beschikbaar is gemaakt. Toch was het sinds Charney al duidelijk: om klimaatverandering te beperken, moeten we stoppen met het uitstoten van CO₂. Lees nu de vorige paragraaf nog eens, maar vervang de tweede zin door: “De (dreigende) consequenties zijn van een totaal andere schaal dan die van de stikstofcrisis.”
Tien jaar geleden spraken landen wereldwijd in Parijs af dat de mondiale opwarming moet worden beperkt tot minder dan 2 °C, bij voorkeur tot 1,5 °C, om schade te beperken. Even leek het erop dat de Europese Unie zich zou vastleggen op concrete CO₂-reductiedoelen, vergelijkbaar met de plannen voor stikstof. Maar terwijl de tanker van de wereldeconomie langzaam lijkt te draaien, gaat de westerse politiek momenteel rechtdoor. Omdat de Europese Unie geen doelen afdwingt, zijn er geen politieke noodgrepen nodig om CO₂-uitstoot te beperken — anders dan bij stikstof. Omdat er niets is dat ons op de vingers tikt, zullen er in de komende eeuw steeds meer politieke noodgrepen nodig zijn om met de gevolgen van klimaatverandering om te gaan.