Over de nood aan (daad)krachtiger internationale en Europese organisaties om de opwarming van de aarde tegen te gaan
Kijkend naar de doelen geformuleerd in het internationaal en Europees recht om het planetaire klimaatsysteem terug in evenwicht te brengen en een gezond leefmilieu te bevorderen, is het essentieel dat we vandaag de dag de moed niet verliezen. De opwarming van de aarde moet beslist niet als fait accompli worden beschouwd. Misschien lijkt het streven van het Akkoord van Parijs van 2015, waar ook de Europese Unie zich aan heeft gecommitteerd, de mondiale temperatuurstijging te beperken tot anderhalve graad ten opzichte van het pre-industriële niveau, anno 2025 al definitief buiten bereik te liggen. Toch zou de onrustbarende grafieklijn nog omgebogen kunnen worden als de wereld zich opnieuw verenigt, wat we eerder hebben gezien veertig jaar geleden, bij de aanpak van het gat in de ozonlaag.
Pogingen om de huidige fatale ontwikkelingen op zijn minst af te remmen zouden vooral gestalte kunnen krijgen door het oprichten van een nieuwe daadkrachtige internationale organisatie die de afspraken van Parijs kan afdwingen, en ervoor kan zorgen dat landen hun verplichtingen eindelijk eens tot op de letter nakomen. In de EU zou met name het Europese milieuagentschap meer tanden kunnen krijgen door te worden uitgerust met de bevoegdheid lidstaten bindende instructies te geven en eventueel sancties op te leggen.
Ongetwijfeld klinkt het voorgaande als utopische visioenen die geen realistische kans van slagen hebben. Makkelijk zal het ook zeker niet worden, en van allerlei kanten lijkt een heftig tegenstribbelen te verwachten. Zoals de Duitsers echter zeggen, die Hoffnung stirbt zuletzt. Zodra de nood rond 2040 echt aan de man is, zal vanzelf blijken dat er geen enkel alternatief meer over is – ook voor staatshoofden en regeringsleiders die nu nog zich blijven verzetten.
Als de geschiedenis ons ook maar iets leert, is het dat de grootste crises uit het verleden steeds konden worden opgelost door mensen die effectief wisten samen te werken. Hopelijk is de hedendaagse mens inderdaad bereid lering te trekken uit de geschiedenis.