Waar blijft de rechtvaardigheid in klimaatrechtvaardigheid?

Om effectief om te gaan met de opwarming van de aarde, moeten we kritisch kijken naar de ‘rechtvaardigheid’ in ‘klimaatrechtvaardigheid’. Het stoppen van de opwarming vereist mondiale decarbonisatie: in het mondiale Noorden, dat historisch verantwoordelijk is voor verreweg de meeste uitstoot, én in het mondiale Zuiden, waar economische groei sterk leunt op steenkool. Rijke landen zeggen ontwikkelingslanden te willen helpen veranderen. Maar wie profiteert hier werkelijk van, en wat betekent dit voor de plaatsen waar ‘schone’ energie wordt opgewekt?

Neem Indonesië als voorbeeld.

Op 16 november 2022 tekenden de Indonesische overheid en de International Partners Group (waaronder de VS, Japan en de EU) tijdens de G20-top in Bali de zogenaamde ‘Just Energy Transition Partnership Indonesia’ (JETP). Deze samenwerking moet Indonesië helpen bij de overstap naar een koolstofarmere energiesector. Met een toezegging van 20 miljard dollar is de JETP wereldwijd het grootste energietransitiefonds tot nu toe. Een aanzienlijk deel komt uit de Europese Green Deal, wat laat zien hoe Europese landen een deel van hun verantwoordelijkheid richting het mondiale Zuiden verschuiven onder het mom van groene ontwikkelingshulp.

Eén van de speerpunten van de JETP is geothermische energie. Kortweg: het boren in vulkanische zones ten behoeve van de productie van elektriciteit. Om meer private investeerders aan te trekken herclassificeerde de Indonesische overheid geothermie in 2014 van ‘mijnbouw’ naar ‘hernieuwbare energie’. Daardoor mogen bedrijven nu ook in beschermde gebieden opereren. De gevolgen: aantasting van landschappen, vervuiling, verlies van biodiversiteit en gedwongen verplaatsing van bewoners van kwetsbare regio’s.

Onderzoekers noemen dit fenomeen green grabbing – landroof onder een groene vlag. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van de Green Deal?

Financierende landen (waaronder de EU) schenken vaak te weinig aandacht aan lokale politieke realiteiten. In Indonesië gaat het om nauwe banden tussen overheid en grote bedrijven, uitholling van de democratie, dubieuze wetgeving die vervuilende industrieën een groen imago geeft en de toenemende criminalisering van getroffen burgers en journalisten.

Landen moeten verantwoordelijkheid nemen voor zowel de energietransitie als de gevolgen ervan. Wij pleiten voor strenge en bindende sociale en ecologische assessments als voorwaarde voor transnationaal klimaatbeleid. Een transitie die kwetsbare gemeenschappen of ecosystemen schaadt, is niet rechtvaardig. En een onrechtvaardige transitie is in onze ogen geen houdbare transitie.

 

Deel via: