Met de toenemende dreiging van de klimaatcrisis zoeken landen, bedrijven, steden en andere organisaties naar effectieve manieren om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Steeds meer organisaties en overheden richten zich daarbij op het behalen van net zero emissies, oftewel netto geen uitstoot hebben, vóór 2050. Hiermee lijkt een belangrijke stap richting de oplossing van de klimaatcrisis te zijn gezet. Het blijkt echter erg lastig om de eigen uitstoot volledig tot nul terug te brengen door het gebrek aan geschikte technologieën en hoge kosten. Een manier om dan toch naar netto geen emissies te komen, is te betalen voor het verminderen van de uitstoot of het opnemen van CO2 ergens anders op de wereld, om je eigen uitstoot te compenseren. Om dit proces te vergemakkelijken zijn koolstofkredieten ontwikkeld. Dit zijn handelbare certificaten die reducties in uitstoot van broeikasgassen of verwijdering van koolstof uit de atmosfeer voorstellen. Veelvoorkomende koolstofkredieten zijn gebaseerd op het beschermen of aanplanten van natuur of het ontwikkelen van duurzame energie op plekken waar dat economisch anders nog niet haalbaar is. Je zou denken: een ideale oplossing voor de uitstoot die niet volledig terug gedrongen kan worden!
Dit dacht ik eerst ook toen ik in aanraking kwam met dit onderwerp. In de tussentijd heb ik veel gelezen over koolstofkredieten en heb ik onderzocht wat voor rol deze kredieten spelen in de klimaatstrategieën van bedrijven. Ondanks de voordelen blijkt de compensatie van uitstoot door koolstofkredieten toch veel haken en ogen te hebben.
Zo laat de kwaliteit van veel koofstofkredieten te wensen over. Onderzoek laat zien dat de implementatie van de projecten om emissiereducties en koolstofverwijdering te bereiken vaak veel minder effectief is dan wat de kredieten beloven. Daarnaast hebben deze klimaatprojecten vaak negatieve gevolgen voor natuur en biodiversiteit, terwijl ze er in theorie juist aan zouden kunnen bijdragen. De lokale bevolking in de buurt van de projecten kan ook flink benadeeld worden, bijvoorbeeld door het afpakken van land of overlast van de projecten.
Ook als een koolstofkrediet wel betrouwbaar is, zijn er risico’s aan verbonden. Zo kan overmatig gebruik van de kredieten door bedrijven aanleiding zijn om minder uitstoot daadwerkelijk te reduceren of kan het een misleidend positief beeld geven van de klimaatprestaties van een bedrijf (ook wel greenwashing genoemd). Dan kan het dus lijken alsof je goed bezig bent door bepaalde producten te kopen, terwijl de klimaatimpact daadwerkelijk veel hoger ligt. Het brengt ook vragen over eerlijkheid naar voren: rijke bedrijven kunnen veel langer doorgaan met uitstoten door het afkopen van hun emissies, terwijl anderen deze luxe niet hebben. De verantwoordelijkheid voor het oplossen van de klimaatcrisis wordt op deze manier verschoven van rijke bedrijven en landen die vaak een grote rol hebben gespeeld in historische uitstoot naar landen met minder mogelijkheden voor het terugdringen van emissies en lagere historische en huidige uitstoot.
Ondanks deze nadelen en zorgen kunnen koolstofkredieten wel degelijk een rol spelen in de weg uit de klimaatcrisis, namelijk door ze te gebruiken als compensatie voor uitstoot die overblijft nadat bedrijven de meeste uitstoot terug gedrongen hebben. Daarnaast kunnen ze door de marktwerking ook bijdragen aan een kostenefficiënte verdeling van klimaatmaatregelen. Afhankelijk van het type project kunnen bijkomende voordelen, zoals meer natuur, duurzame energie, of armoedebestrijding, ook terecht komen bij achtergestelde gemeenschappen, onder andere in lage-inkomenslanden.
Veel organisaties en landen zien koolstofkredieten dan ook als een essentieel onderdeel van klimaatbeleid. Zo wordt er een markt voor deze kredieten gecreëerd onder het internationale klimaatakkoord van Parijs (Article 6) en zien we dat het gebruik van kredieten verder toeneemt onder bedrijven. In de European Green Deal, een belangrijk pakket van klimaatbeleid en -doelen binnen Europa, wordt gepland om 5% van de doelen te behalen door het gebruik van koolstofkredieten. Vanuit de wetenschap klinkt kritiek, maar zonder goede alternatieven ligt de focus op het verbeteren van de integriteit van koolstofkredieten. Er zijn meerdere initiatieven opgericht om dit te bewerkstelligen. Een belangrijke speler is de Integrity Council for the Voluntary Carbon Market, ook wel de ICVCM genoemd. Dit is een breed gesteund, non-profit initiatief dat richtlijnen en integriteitsprincipes ontwikkelt om de voordelen van koolstofkredieten te vergroten en tegelijkertijd de nadelen te minimaliseren. Daarnaast heeft Nederland, in samenwerking met zes andere Europese landen, een voorstel gepubliceerd om de betrouwbaarheid en effectiviteit van koolstofkredieten te vergroten.
Ondanks deze initiatieven blijft de vraag bestaan of we koolstofkredieten wel moeten gebruiken en of ze bijdragen aan diepgaande klimaatoplossingen? En zo ja, hoe kunnen we er dan voor zorgen dat de nadelen van de kredieten verder aangepakt worden, en wie is hier verantwoordelijk voor? Of kunnen we de koolstofmarkt beter volledig achter ons laten op zoek naar nieuwe systemen om toch resterende uitstoot aan te kunnen pakken? Dit zijn vragen waar ik me in mijn toekomstige onderzoek over ga buigen.
Wil je meer te weten komen over koolstofkredieten en de rol in klimaatstrategieën? Dan raad ik de volgende literatuur aan:
- Romm, J., Lezak, S., & Alshamsi, A. (2025). Are carbon offsets fixable?. Annual Review of Environment and Resources, 50(1), 649-680.
- Macintosh, A., Trencher, G., Probst, B., Barley, S., Cullenward, D., West, T.A., … & Rockström, J. (2025) Carbon credits are failing to help with climate change—here’s why. Nature, 646(8085), 543-546.
- Spash, C., Theine, H. (2016). Voluntary individual carbon trading. SRE – Discussion Papers No. 2016/04.
- Trouwloon, D., Streck, C., Chagas, T., & Martinus, G. (2023). Understanding the use of carbon credits by companies: a review of the defining elements of corporate climate claims. Global challenges, 7(4), 2200158.