Developmental Topographical Disorientation, ook wel DTD, gebruikten onderzoekers in 2009 voor het eerst om de conditie te beschrijven waarbij gezonde mensen, zonder hersenletsel, geregeld verdwalen. Een relatief nieuws verschijnsel dus in de psychologie. Neuropsycholoog Judith Schomaker: ‘Er zit een stigma op het niet kunnen vinden van de weg. Mensen schamen zich er vaak voor en passen hun leven erop aan, waardoor de conditie onopgemerkt blijft. Een voorbeeld is als je op een festival bent en je spreekt met je vrienden een vast punt af om elkaar te ontmoeten. Soms durven mensen dan niet te zeggen dat ze die plek niet meer terug kunnen vinden. Dan lopen ze altijd met een vriendin mee om dat te verbloemen.’
Volgens verschillende onderzoeken zou 3 tot 25% van de bevolking DTD hebben. Een nogal brede range. ‘Op dit moment is er weinig consensus in het vakgebied over wanneer je DTD hebt,’ legt Schomaker uit. ‘Misschien komt het omdat er verschillende criteria en vragenlijsten worden gebruikt.’ Om de conditie verder te specificeren, introduceerden Schomaker en collega Ineke van der Ham onlangs de term ‘Atopia’. ‘Die term gebruiken we om de groep mensen te beschrijven die verdwalen omdat ze waarschijnlijk geen cognitieve kaart van hun omgeving kunnen maken. Als je je bijvoorbeeld inbeeldt dat je met je kinderen naar de speeltuin wandelt, kun je je geen mentale voorstelling maken van hoe je door de ruimte navigeert.’
Op dit moment is het nog onduideijk welke aspecten een rol spelen in de vorming van een mentale kaart: aandacht, werkgeheugen, of toch iets anders. Schomaker ontvangt daarom, samen met collega’s Ineke van der Ham en Dietsje Jolles, een NOW XS-subside om te onderzoeken welke cognitieve processen hieraan ten grondslag liggen.‘Hiervoor gaan we mensen met DTD, Atopia en een controlegroep, mensen zonder verdwaalklachten, met elkaar vergelijken. We vragen deze groepen om verschillende navigatietaakjes te doen terwijl ze in de hersenscanner liggen. Daarna gaan we kijken: hoe ontstaat een cognitieve kaart van een omgeving die je nooit eerder hebt gezien? Wat gebeurt er in het brein als zich langzaam een cognitieve kaart ontwikkelt? En wat zijn individuele verschillen tussen mensen die hier goed, en minder goed in zijn?
Lees het hele bericht op de site van de Universiteit Leiden.