Een inheemse wijsheid biedt een diagnose van wat onze samenleving mankeert – en het begrijpen daarvan is de eerste stap naar een genezing.
Er is iets dat onze wereld verslindt. Bossen verdwijnen. Soorten sterven uit. Miljarden mensen leven in bittere armoede, terwijl een paar honderd individuen een onvoorstelbare rijkdom vergaren. Mensen schrijven dit toe aan slecht beleid, corrupte politici of individuele hebzucht. Maar wat als het probleem dieper ligt – niet verankerd in specifieke beslissingen, maar in de kern van onze beschaving zelf?
In een hoofdstuk van mijn nieuwe boek Ecocivilization onderzoek ik deze vraag aan de hand van een krachtige inheemse mythe: de Windigo.
Windigo (ook bekend als Wendigo) is de naam die de Ojibwe-indianen geven aan een kannibalistisch monster met een onverzadigbare honger. Hoe meer het verslindt, hoe gulziger het wordt. Het kan nooit verzadigd raken, omdat zijn eetlust niet gericht is op voeding, maar op het verslinden omwille van het verslinden zelf. Voor de Ojibwe leken de Europese indringers die op hun grondgebied arriveerden, door precies zo’n kracht bezield te zijn. Geconfronteerd met conquistadores die de Ojibwe doodden, tot slaaf maakten en verraadden in hun jacht naar goud, herkenden zij een soort geestelijke verstoring, een honger die alles wat het tegenkwam veranderde in een object voor uitbuiting.

Het Windigomonster
Het monster is het systeem
Deze metafoor biedt een treffende diagnose van het dominante systeem dat de wereld heeft ingenomen. De kern ervan wordt gevormd door een manier van denken die zowel mensen als niet-mensen tot objecten reduceert. Bossen worden houtvoorraden. Dieren worden vee. Oceanen worden visgronden. Mensen worden arbeidskrachten of menselijk kapitaal. Zodra de levende wereld wordt gereduceerd tot een voorraad exploiteerbare activa, verdwijnen morele grenzen.
Kijk maar naar de structurele logica van onze economie. Een bedrijf dat het welzijn van zijn werknemers boven kwartaalresultaten stelt, zal merken dat het wordt weggeconcurreerd en uiteindelijk wordt uitgeschakeld door rivalen die dat niet doen. Een investeerder die ecologisch beheer verkiest boven maximale winst, zal het afleggen tegen een investeerder die dat niet doet. Een politiek leider die echte grenzen aan de groei voorstelt, zal financieel worden overtroffen, en worden verslagen door belangen die profiteren van de status quo. De individuen veranderen; het gedrag blijft bestaan.
Dat is het kenmerk van een systemische pathologie: het zijn niet de abnormale individuen die het probleem vormen, maar het structurele systeem zelf dat de destructieve uitkomsten voortbrengt, ongeacht wie de rollen vervullen.
Ik noem het Windigo Inc.: de institutionalisering van onverzadigbare honger als het organiserende principe van onze beschaving. Het is geen samenzwering. Er zijn geen schurken voor nodig (hoewel het ze wel voortbrengt). Het is een zichzelf versterkend systeem dat uitbuiting beloont en terughoudendheid bestraft; dat elk levend wezen – bossen, watervoerende lagen, menselijke relaties, de aarde zelf – omzet in hulpbronnen die moeten worden verbruikt in het streven naar eindeloze groei.
De ontstaansgeschiedenis van Windigo
Deze mentaliteit is niet uit het niets ontstaan. In het hoofdstuk in het nieuwe boek beschrijf ik de langere geschiedenis van de manier waarop hiërarchische samenlevingen, privé-eigendom, imperia en gemilitariseerde grondstofwinning geleidelijk een vijfduizend jaar oude ‘welvaartspomp’ hebben gevormd, die het overschot van de velen naar de enkelen doorsluist. Vrijwel alle oude staten, vroege imperiums en aristocratische regimes organiseerden de samenleving volgens dit patroon. Maar het moderne kapitalisme introduceerde iets bijzonders, wat nog gevaarlijker was. Het creëerde een wereldbeeld dat de natuur als een machine beschouwde, kennis als macht, en grenzeloze accumulatie als een imperatief van de beschaving.
Dit was het wereldbeeld dat in het vroegmoderne Europa vorm kreeg en dat als het ontologische paradigma van de moderne wereld fungeert. Het is geen toeval dat dit de tijd en plaats was waar de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, de blanke suprematie en het kolonialisme ontstonden: een project dat hele continenten en volkeren als grondstof behandelde.

Windigo als kolonialisme
Hierop volgde de industriële revolutie, die de kracht van de uitbuiting schaalbaar maakte. Meer recentelijk heeft het neoliberalisme deze ideeën tot een heersende ideologie verheven, waarbij wordt volgehouden dat ongebreidelde concurrentie niet alleen efficiënt is, maar ook moreel juist.
Het kapitalisme is in deze zin niet louter een economisch systeem. Het is de economische manifestatie van de Windigo-mentaliteit. Net als een kwaadaardig proces binnen een levend organisme moet het blijven groeien, anders stort het in. Het kan nooit genoeg krijgen. Elke winst wordt een platform voor verdere winst. Elke efficiëntie wordt een springplank voor meer exploitatie. Elke grens, of het nu een regenwoud, een openbare instelling of zelfs het menselijke zenuwstelsel is, wordt een nieuwe zone voor inperking en commercialisering.
Een kwaadaardige tumor die zichzelf voedt
Wat het zo moeilijk maakt om dit systeem aan te pakken, is dat een groot deel van het geweld verborgen blijft. Vroeger was overheersing vaak direct en zichtbaar. Tegenwoordig is het vaak structureel, ingebed in de genormaliseerde architectuur van het dagelijks leven. De smartphone in je zak draagt het lijden van minderjarige mijnwerkers en uitgeputte fabrieksarbeiders op andere continenten met zich mee. De belastingparadijzen van de superrijken onttrekken stilletjes publieke middelen aan scholen, ziekenhuizen en essentiële infrastructuur. Landroof verdrijft traditionele gemeenschappen, terwijl er op hun plaats luxe projectontwikkelingen floreren. De democratie zelf wordt gekaapt door netwerken van geconcentreerde macht, die opereren achter de geruststellende taal van bestuur en hervorming.

Windigo nu
Daarom is de diagnose van belang. Als we de crisis verkeerd identificeren, blijven we symptomen behandelen terwijl de onderliggende pathologie zich verspreidt. De Windigo-diagnose onthult dat de dreiging waarmee we worden geconfronteerd niet alleen ecologisch of politiek is. Ze is fundamenteel. Ze is geworteld in een systeem waarvan de diepste logica erin bestaat de levende wereld om te zetten in brandstof voor zijn eigen eindeloze expansie.
Hier wordt de Windigo-diagnose zowel voor progressieven als voor conservatieven ongemakkelijk: het gaat niet in de eerste plaats om slechte mensen. Veel van de leidinggevenden die de grondstofwinning optimaliseren, zijn intelligent, vaak empathisch in hun privéleven, en geloven oprecht dat ze waarde creëren. Veel van de politici die ecologische vernietiging mogelijk maken, beschouwen zichzelf als patriotten. Het systeem heeft geen slechte bedoelingen nodig. Het selecteert systematisch gedragingen die het systeem in stand houden en schakelt gedragingen uit die het bedreigen.
De ziekte benoemen is het begin
De ziekte benoemen is geen daad van wanhoop, maar het begin van eerlijkheid. En eerlijkheid vormt de basis waarop verandering mogelijk wordt. Als de crisis systemisch is, dan moet de reactie dat ook zijn.
Zodra we Windigo Inc. een naam hebben gegeven, kunnen we de vragen gaan stellen die er het meest toe doen:
Hoe zou een economie eruitzien die is opgezet rond duurzaamheid en zelfvoorziening in plaats van eindeloze groei?
Welke instellingen zouden de menselijke vindingrijkheid kunnen leiden naar bloei in plaats van naar uitputting?
Welke waarden – ontleend aan inheemse wijsheid, aan contemplatieve tradities, aan de wetenschappen van complexiteit en ecologie – zouden de onverzadigbare honger van de Windigo kunnen vervangen door een ander bezielend principe?
Dat is het grotere kader van Ecocivilization: de pathologie begrijpen die we hebben geërfd, en de levensbevestigende mogelijkheden belichten die ons wellicht nog in staat stellen om ons naar een andere toekomst te wenden.
Ecocivilization: Making a World that Works for All
Het boek is verkrijgbaar vanaf 26 mei 2026.