Jonge mensen, werkenden, hoger opgeleiden en mensen met hoge inkomens hebben de grootste sociale netwerken. Een groter netwerk hebben is nuttig. ‘Dat kan helpen bij het vinden van werk of sociale steun,’ aldus Bas Hofstra, socioloog aan de Radboud Universiteit. ‘Mensen met een kleiner netwerk hebben het vaak moeilijker.’
Uit de studie blijkt dat volwassen Nederlanders gemiddeld zo’n 568 mensen persoonlijk kennen (de mediaan is 488). Er zijn grote verschillen tussen mensen wat de omvang van hun netwerk betreft. Jongere mensen hebben doorgaans grotere netwerken dan ouderen. Zo hebben Nederlanders tussen de 18 en 30 jaar gemiddeld een netwerk dat bijna 38% groter is dan dat van mensen boven de 65. Ook hebben mensen die werken gemiddeld een netwerk dat 19% groter is dan mensen zonder betaalde baan. Andere factoren die een rol spelen: hoger opgeleiden, mensen met hogere inkomens, of met meer huisgenoten hebben vaak grotere netwerken. Zo vergroot elke extra huisgenoot het netwerk met 8%.
Naast de grootte keken de onderzoekers naar de samenstelling van netwerken. Ze ontdekten dat netwerken vooral bestaan uit mensen die op ons lijken. Zo kennen vrouwen gemiddeld meer vrouwen (66%) dan mannen dat doen (56%). Andersom geldt dat mannen meer mannen kennen. Ook op het gebied van opleidingsniveau is er segregatie. Mensen met een hbo- of universitaire opleiding kennen voornamelijk anderen met een soortgelijke opleiding (ongeveer 81% van hun netwerk). ‘Over hechtere vriendenkringen wisten we al dat die vaak bestaan uit mensen die op elkaar lijken,’ aldus Hofstra. ‘Maar dat blijkt dus ook bij het grotere netwerk van kennissen een belangrijke rol te spelen.’
Lees het hele bericht op de site van de Radboud Universiteit.
