Sadder but wiser
Als tiener eind jaren ’70 kon ik kwaad worden over hoe de generatie van mijn ouders de Aarde behandelden. Er was bossterfte door zure regen, DDT had alle roofvogels gedecimeerd, lood uit de benzine verspreidde zich en zelfs de ozonlaag werd aangetast. We zijn bijna 50 jaar verder en hoewel al die problemen grotendeels zijn opgelost, heb ik mij gisteren toch verontschuldigd bij mijn studenten omdat ook mijn generatie er een potje van heeft gemaakt. En die les ging dan nog niet eens over klimaatopwarming en hoe die wereldwijd steeds meer impact heeft, maar over het tekort aan land om de ontwikkelingsdoelstellingen te realiseren. Hoe kunnen we honger oplossen en overstappen naar een biomassa-gebaseerde economie, terwijl de productiviteit van landbouwgronden achteruitgaat door klimaatopwarming en bodemdegradatie en we eigenlijk landbouwgrond uit productie moeten nemen en gebruiken voor natuurherstel?
Net als de klimaatopwarming valt ook dit conflict op te lossen: theoretisch kunnen we iedereen voeden, voldoende biomassa produceren voor de economie en tegelijkertijd de biodiversiteitscrisis oplossen. Net als bij klimaatopwarming hebben wetenschappers oplossingen ontwikkeld en gerapporteerd dat de opbrengsten veel hoger liggen dan de kosten, en toch falen we grandioos in het ervoor zorgen dat deze oplossingen ook effectief globaal worden uitgerold. Beseffen dat we zo goed als niets doen en gewoon de problemen en kosten afwimpelen op de volgende generaties ligt mij zwaar op de maag.
Volgende week geef ik les over klimaatoplossingen en ga ik me dus weer moeten excuseren voor mijn generatie. Maar ik voel me ook persoonlijk schuldig. Ik weet op wat voor Aarde mijn kleinkinderen zullen leven en leef met het schuldbesef dat ik te lang te passief de impact van klimaatopwarming op ecosystemen ben blijven bestuderen, terwijl er net nood was aan actie. Anderzijds, toen ik na de laatste klimaatmars tijdens een les aan een 40-tal klimaatbewuste studenten vroeg wie er mee had gedemonstreerd, antwoordde er ééntje positief. Waarom zou ik me schuldig voelen wanneer slechts een op 40 van de klimaatbewuste jongeren het de moeite vindt om een zondag op te offeren om meer klimaatactie te eisen? Verkiezingen wereldwijd tonen aan dat de meerderheid van de bevolking wel wil dat klimaatopwarming wordt opgelost, maar toch steeds andere prioriteiten heeft. Als de meerderheid van de bevolking liever de gevolgen van klimaatverandering en van biodiversiteitsverlies ondergaat, waarom moet ik me dan schuldig voelen? Volgende vrijdag is het half november en het wordt bijna 20 graden; heerlijk toch?