Inclusieve klimaatadaptatie
Vermijden is beter dan genezen! Dit was tot voor kort de gangbare logica in discours rond klimaatveranderingen. Er ging veel meer aandacht naar klimaatmitigatie dan naar klimaatadaptatie. Terwijl ook het voorkomen absoluut noodzakelijk blijft, blijkt dat we tegelijkertijd de aarde leefbaar en bewoonbaar moeten houden voor iedereen, en ons dus moeten aanpassen. Hierbij moeten we niet twee keer dezelfde fout maken, namelijk: ons te zeer richten op het verspreiden van wetenschappelijke grafieken en informatie, zonder hierbij rekening te houden met hoe we hierover communiceren met alle mensen in onze samenleving. Met andere woorden: er is meer nodig dan een reeks grafieken om mensen, organisaties, bedrijven en beleidsmakers aan te zetten tot actie.
Klimaatadaptatiestrategieën werken pas als mensen erin geloven en erachter staan. Hierbij is het noodzakelijk dat alle zienswijzen en interpretaties van klimaatveranderingen een plaats krijgen. Niet iedereen kijkt op eenzelfde manier naar deze veranderingen, en dit komt amper aan bod in communicatie en beleid over klimaatadaptatie. Zo kan een gelovig iemand op een andere manier denken over de zorg voor de aarde, de harmonie met de aarde, en wat de toekomst brengt. Dit soort diversiteit in zienswijzen komt amper aan bod in huidige beleids- en wetenschappelijke klimaatdiscours. Ook gaat men er soms onterecht van uit dat sommige groepen in de samenleving – te – weinig bijdragen aan klimaatadaptatie. Hierbij denkt men meteen aan de deelname aan gedeelde tuinen, vegetarisch dieet, het installeren van zonnepanelen en het aankopen van een elektrische auto. Toch zijn er meer manieren waarop veel mensen zich engageren voor het klimaat en zich aanpassen aan veranderingen. Dit is niet altijd zichtbaar in opkomst bij klimaatoptochten, maar kan gaan over het maken van duurzame keuzen, het gebruik van leem bij de (re)constructie van huizen om klimaatregulatie te bevorderen of de aanschaffing van specifieke planten in huis.
Ook zien we dat in sommige culturen en landen de natuurwetenschappen sneller optrekken met de sociale wetenschappen, waardoor de lokale kennis van land en natuurverschijnselen sneller meegenomen wordt in het uitdenken van klimaatadaptatiestrategieën – wat ook de implementatie van beleid stimuleert. Ondanks dat adaptatie vaak lokaal toegepast moet worden, om rekening te houden met de lokale impact van klimaatverandering, cultuur en gebruiken, mag men de globale impact of gevolgen van deze strategieën hiervan niet uit het oog verliezen. Gezien de globale aard van klimaatverandering is solidariteit en dialoog met mensen die in andere landen, regio’s of omstandigheden leven noodzakelijk.