Klimaatopwarming: l’histoire se répète

De klimaatopwarming is een van de meest acute problemen die we het hoofd moeten bieden. Welke acties kans van slagen hebben en welke gedoemd zijn te mislukken, weet ik niet. Daar heb je futurologen, sociale ingenieurs, klimaatexperten en andere geleerden voor nodig. Ik ben historisch taalkundige, en ben het gewend ambtshalve naar het verleden te kijken, niet naar de toekomst.

Het is niet voor het eerst dat we te maken hebben met veranderingen in het klimaat. En ook in het verleden hebben die schommelingen aanzienlijke effecten gehad op de samenleving. Een kleine duizend jaar geleden hebben we op het noordelijk halfrond het zogenaamde ‘Middeleeuws klimaatoptimum’ meegemaakt. De temperatuur steeg, en de Lage Landen kregen beter weer. Dat wil zeggen: weer dat grotere oogsten opbracht. Dat heeft domino-effecten gehad. Door het agrarisch overschot kon een groter deel van de bevolking zich toeleggen op andere werkzaamheden dan primaire landarbeid. Knappe koppen hadden tijd en handen vrij om zich te wijden aan technologische uitvindingen. Een deel van die uitvindingen leiden ook weer tot hogere oogsten: de introductie van de ijzeren ploeg, een verbeterd paardengareel, het ruime gebruik van watermolens, en een veralgemening van het drieslagstelsel. Door verbeterde scheepvaart konden bloeiende handelsrelaties opgezet worden met Engeland. Gevolg: een bevolkingsexplosie en een verregaande verstedelijking, met name in Vlaanderen.  De bevolking in Europa verdubbelde en de levensverwachting steeg van 25 tot 35 jaar. Naast Noord-Italië waren de Lage Landen de grote voortrekkers. In de Bourgondische tijd liep het bevolkingspeil van de Nederlanden op tot 2,5 miljoen inwoners, van wie een groot deel in de steden Brugge, Ieper, Gent, Antwerpen, Leuven, Brussel, Dordrecht en Utrecht woonde. Die drukker bevolkte steden waren brandpunten van nieuwe opvattingen en culturele ontwikkelingen. Daar zou op termijn de boekdrukkunst ontstaan, die op haar beurt later als katalysator kon werken voor de wetenschappelijke revolutie, ontdekkingsreizen en godsdiensttwisten. De klimaatopwarming had trouwens ook een invloed op de taal: in diezelfde eeuwen komt het Nederlands in een stroomversnelling: klanken en grammatica veranderden sneller dan voordien.

Gaan we nog verder terug, dan zien we ook een opwarming rond het einde van de laatste ijstijd, zo’n tienduizend jaar geleden. Een al bij al beperkte temperatuurstijging van tussen de één en twee graden had verstrekkende gevolgen voor onze contreien: Noordwest-Europa kon een grotere bevolking aan, en een van de grootste omwentelingen in onze menselijke geschiedenis, de agrarische revolutie, bracht een nieuw type samenleving. Vanuit het Midden-Oosten rukte deze nieuwe manier van leven via het Donaubekken op naar het Noordwesten, aan het tempo van ongeveer 1km per jaar. Met de agrarische levensstijl, en de mogelijkheid rijkdom op te stapelen, werd ook de cultuur complexer. Dat heeft ons ten langen leste het schrift opgeleverd.

Een blik op het verleden laat zien dat klimaatopwarming telkens de samenleving op zijn grondvesten heeft doen daveren. Er zijn totaal nieuwe paden verkend, die tot onvermoede innovaties hebben geleid, die op hun beurt tot nog weer andere innovaties hebben geleid. Een voorbeeld van wat Stuart Kauffman ‘the adjacent possible’ heeft genoemd. Wellicht leidt de huidige klimaatopwarming ook weer tot culturele effecten die zullen balanceren tussen ontwrichtend en innovatief.

Deel via: