Liever is effectiever: hoe mildheid ons verder brengt dan moralisme

Nog nooit voelden zoveel mensen zich schuldig over de klimaatcrisis, en nog nooit hielp het zo weinig. We denken graag dat strengheid ons helpt, maar in tijden van klimaatverandering is het tegenovergestelde waar: we lopen juist vast omdát we zo hard voor onszelf zijn.

Misschien herken je het wel: je vindt jezelf hypocriet omdat je ‘nog steeds’ vliegt. Of je denkt dat de klimaatcrisis voortduurt omdat jij vandaag weer vlees eet. Eén keuze wordt een oordeel over wie je bent en over hoe het met de wereld gesteld is. Dat is emotionele over-identificatie: je verliest je in je eigen interpretatie en daardoor raken nuance en handelingsperspectief uit beeld. Ondertussen drijft het ons ook nog uit elkaar: klimaatverandering is zo’n gevoelig onderwerp geworden dat we het gesprek op grote schaal vermijden uit angst voor conflict en verwijt.

Die zelfkritiek komt niet uit de lucht vallen. Fossiele industrieën benadrukken al decennia onze individuele verantwoordelijkheid om hun eigen marktposities te beschermen. En in Nederland slaat dat extra aan, want ons progressieve debat draait van oudsher om hoe een goede burger zich dient te gedragen. Dat kan een mooi startpunt zijn voor verandering van onderaf, maar het kan ook doorschieten in moralisme.

Het alternatief is zelfcompassie. Zelfcompassie biedt een manier om jezelf volledig te zien, met oog voor de situatie waarin je je bevindt. Volgens zelfcompassie-onderzoeker Kristin Neff bestaat zelfcompassie uit drie dingen: begripvol zijn voor jezelf op moeilijke momenten, weten dat je niet de enige bent die worstelt, en emoties kunnen voelen zonder ermee samen te vallen. Zo vormt zelfcompassie geen excuus voor passiviteit, maar juist een manier om ruimte te maken voor verandering.

Ons klimaatdebat zou meer kunnen uitnodigen tot zelfcompassie, en hoe dat zou kunnen, zag ik in de fotoserie Absence (2020–2025) van Vincent van Gaalen. Hij ging op zoek naar de donkerste nachten van Europa; schaarse plekken zonder kunstlicht. Het resultaat zijn foto’s van prachtige, onheilspellende landschappen waarop geen mens te zien is. In Terschelling bijvoorbeeld zie je hoe een rimpelig beekje oplicht naast wat grasjes, onder een dreigende, bijna pikzwarte hemel.

Volgens Vincent gaat deze fotoserie over de grenzeloze ambitie van de mens om de wereld naar haar eigen hand te zetten, en hoe we daarin kunnen doorslaan. Een stevige boodschap die je makkelijk in overmatige zelfkritiek kan doen verzanden. Toch roept dit beeld bij mij géén zelfverwijt op. De landschappen vragen niet om directe actie, beschermd te worden, ze geven me vooral toegang tot mijn gevoel erover. In eerste instantie voel ik angst en eenzaamheid, maar ook ontzag. Later komen nog verdriet, verveling, en iets van ontspanning.

Ongeacht wat ik precies voel, het leidt niet tot zelfverwijt. De foto’s tonen een bijgevolg van onze maatschappij zonder die helemaal op mijn schouders te leggen. Want hoewel er geen mensen op de foto’s staan, voel ik me gek genoeg wel juist verbonden met al die anderen die óók niet in beeld zijn. Op deze plek en tijd zijn we verenigd in onze afwezigheid, en dat laat me voelen dat de verantwoordelijkheid voor de zeldzaamheid van deze plekken niet individueel, maar collectief is.

Misschien hoeft klimaatcommunicatie niet altijd te roepen wat we beter moeten doen. Werk zoals de nachtlandschappen van Van Gaalen biedt iets anders: ruimte om te voelen zonder meteen te moeten handelen. Ruimte om te voelen dat we misschien, misschien imperfect en hypocriet zijn, maar dat we daarin tenminste samen staan. En juist doordat het beeld niets van me vraagt, ontstaat er duurzaam handelingsperspectief: het laat me niet weten wat ik moet doen, maar waarom ik het wil. En dat is toch de beste basis voor beweging.

Deel via: