Hoog tijd voor een ander perspectief
Onze benadering van de klimaatproblematiek bevat een fundamenteel naïeve aanname. We zien de opwarming van de aarde als een gevolg van een optelsom van ‘verkeerde’ keuzes die mensen over de hele wereld maken. Dat is terecht. Het lijkt dan slim om klimaatverandering tegen te gaan door mensen, bedrijven en zelfs hele landen met beleidsprikkels aan te sporen tot andere, meer klimaatneutrale keuzes. Dat werkt niet goed genoeg. Natuurlijk heeft dat soort beleid hier en daar aantoonbaar het gehoopte effect, maar het lijkt allemaal toch vooral too little & too late.
Hoe kan dit? Voor wie naar de materie kijkt met een sociologische bril, hoeft de geringe effectiviteit van klimaatbeleid eigenlijk geen verrassing te zijn. De klimaatproblematiek is een schoolvoorbeeld van een probleem van collectieve actie. Dit soort problemen ontstaat als keuzes die op individueel niveau rationeel zijn, op macroniveau irrationeel uitpakken, of zelfs desastreus. Zo kan het voor individuele mensen heel rationeel zijn om in de winter verse aardbeien te willen eten, terwijl het kweken van die dingen in de winter een enorme energiebelasting vereist en het voor de mensheid-als-geheel waarschijnlijk beter is als we allemaal ingemaakte peren bij ons kersttoetje serveren. De schaal van het macroprobleem helpt natuurlijk niet mee: de nettobijdrage van individuen op een verbetering van het klimaat is minuscuul, zo niet verwaarloosbaar. Immers, als de VS zich terugtrekken uit het klimaatverdrag, waarom zou Nederland zichzelf dan economisch in de vingers snijden? En waarom zou ik in ’s hemelsnaam met Kerst niet mijn ijscoupe garneren met een aardbei?
Het is voor individuen, bedrijven en landen vaak irrationeel om keuzes te maken die goed zijn voor het klimaat. Geen wonder dus dat het beleid zo weinig effectief is. Het goede nieuws is evenwel dat we vrij goed weten hoe we collectieve actieproblemen het beste op kunnen lossen. Dat is níet door mensen met prikkels te bewegen tot andere keuzes, maar vooral door hun keuzes te beperken tot minder schadelijke mogelijkheden. Je kunt mensen ontmoedigen om in de winter aardbeien op tafel zetten door ze te belasten. Effectiever is het om er met beleid voor te zorgen dat de zomerkoninkjes in de winter überhaupt niet in de winkelschappen komen. Wat niet gekocht kan worden, kan ook niet vervuilen.
Ik hou dit pleidooi al jaren, en ben er inmiddels aan gewend dat veel mensen (en vooral bedrijven) dit soort ingrepen in ‘de markt’ verschrikt zien als ongewenste, bevoogdende ingrepen in hun keuzevrijheid. Ik begrijp die huiver ergens wel, maar het lijkt mij buitengewoon naïef te doen alsof dit soort beleid niet vaker besproken zou moeten worden. We hebben immers genoeg historische voorbeelden die laten zien dat dit soort ingrepen goed kan werken. We hebben in de jaren ‘90 het gat in de ozonlaag niet gedicht door vervuilende ijskasten of deodorantbussen duurder te maken, maar door producenten over de hele wereld te dwingen geen CFK’s meer in die dingen te stoppen. Gezien de toenemend alarmerende toon van de klimaatrapporten, kan het nodig zijn meer langs deze lijnen naar oplossingen te zoeken. Het Montrealprotocol biedt een handzaam model van hoe je dit internationaal kunt organiseren.