Zonder twijfel is ook het continent Afrika zeer kwetsbaar voor de gevolgen van mondiale klimaatverandering. Maar in tegenstelling tot het dominante verhaal in de media en in veel wetenschappelijke beschouwingen zijn Afrikaanse landen niet passieve ontvangers van de klimaatellende maar tevens zowel medeveroorzakers als beleidsontwikkelaars om de effecten tegen te gaan (of te ‘mitigeren’, zoals het modewoord is). Dat dominante verhaal zien we wel vaker: Afrika altijd maar als slachtoffer en hulpbehoevend, zonder echte eigen handelingsbekwaamheid of -ruimte. Maar Afrikaanse landen hebben ook eigen keuzes gemaakt en beleid ontwikkeld ten aanzien van milieu en klimaat – hoewel niet altijd even goed of doeltreffend (net als in de rest van de wereld).

Om te beginnen kan niet worden ontkend dat Afrika, dit zeer diverse continent, verhoudingsgewijs niét massief heeft bijgedragen aan CO2-uitstoot, industriële vervuiling, e.d. Ook is het door ligging, ongunstige erfenissen van kolonialisme, zwak politiek bestuur, en de specifieke natuurlijke omgeving en hulpbronnen relatief kwetsbaarder. Men kan stellen dat Afrika zich in zekere zin in het epicentrum van de opkomende mondiale klimaatcrisis bevindt: vanwege de grote uitdagingen en de accumulatie van problemen. En het heeft onvoldoende eigen financiële middelen en effectieve instituties om de lokale impact van opwarming en klimaatverstoring flink aan te pakken. Ook zijn de op de COP-conferenties gemaakte afspraken niet voldoende solide om vooral in het eerste aspect – financiering – te voorzien. Maar daarnaast zijn er grote verschillen onder Afrikaanse regeringen over de mate van ernst, inzet en ook capaciteit om klimaat- en milieukwesties aan te pakken. Vaak hoort men de opmerking dat ‘zij ook het recht hebben om eerst hun landen economisch te ontwikkelen’ – dan maar met meer uitstoot en industriële expansie en vervuiling – en dan pas die problemen aan te pakken. Dit is begrijpelijk maar niet verstandig. Het echoot de lijn die China vaak heeft gevolgd. En China is ook nu nog de grootste mondiale vervuiler en broeikasgasuitstoter.

Tekenen van versnelde klimaatverandering in Afrika zien we vooral in de toenemende (zoet)waterschaarste, de extremere weersomstandigheden, bedreigingen voor de landbouw en veeteelt en voor de volksgezondheid, en door sociaaleconomische instabiliteit.

Het is zeker een feit dat het klimaat op het continent sneller opwarmt dan het wereldwijde gemiddelde, met oppervlaktetemperaturen die bv. in 2024 ongeveer 0,86 °C hoger lagen dan de basislijn van 1991-2020. Sommige regio’s zien een temperatuurstijging tot 1,5 keer het wereldwijde gemiddelde van 1,55 °C boven het pre-industriële niveau. Deze snelle opwarming verergert bestaande kwetsbaarheden, met name in regenafhankelijke landbouwsystemen, reeds onder druk staande watervoorraden en fragiele ecosystemen. De gevolgen zijn serieus: meer extreme temperaturen en frequentere neerslagschommelingen, met als gevolg langduriger droogtes, verwoestende overstromingen en intense hittegolven, cyclonen, uitdroging van landbouwgrond en weidegronden van herdersvolken, en landerosie. Deze bedreigen leefgemeenschappen, economische activiteiten en ecosystemen over het hele continent, niet alleen in de steden (watervoorziening, hittegolven, kwetsbare volksgezondheid) maar ook op het platteland en tevens in de bossen en de regenwouden. Ook zijn problematische migratiestromen en conflicten het gevolg, zoals nu duidelijk te zien in Soedan en in vele landen in West- en Centraal Afrika Die conflicten raken dan vaak weer vervlochten met religieus-ideologische motieven en worden daardoor hardnekkiger en onverzoenlijker. Op de achtergrond spelen de al lang bestaande milieuproblemen van Afrika mee – de aantasting van ecosystemen, verlies van savanne- en bosgebieden en daarmee van biodiversiteit en voedsel- en waterbronnen, en agrarische problemen, gerelateerd aan grote monocultures van bepaalde gewassen op de verkeerde plekken, die de bodem uitputten. Daarnaast zijn er problemen van milieuvervuiling, die de volksgezondheid bedreigen, maar die nog niet goed in kaart zijn gebracht. Er is een serieus gebrek aan milieuwetgeving en -handhaving. We zien aldus – niet alleen in Afrika maar daar wel acuut en te weinig onderzocht – een samenkomen van problemen van milieuerosie en klimaatverandering.

Bij dit alles helpt het niet dat de bevolkingsgroei in Afrika nog steeds hoog is (historisch zelfs ongekend hoog), ondanks beter onderwijs, technologisch-economische modernisering en beginnende industrialisatie en opkomende urbane ‘kennis-economieën’, en dat de ‘demografische transitie’ (minder geboorten en minder sterfte, en een afnemende ratio van afhankelijken t.o.v. werkenden in een groeiende economie) nog niet heeft ingezet. Dat wil zeggen dat de politiek-bestuurlijke, economische en demografische voorwaarden tot effectief klimaatbeleid niet voldoende aanwezig zijn in Afrika (los van het feit dat sommige landen er gewoon vrijwel niets aan doen). Daarbij is ook regionale samenwerking van landen (bv. in de blokken in Oost-Afrika, Zuidelijk en West-Afrika) nog ver te zoeken – hoewel de klimaatproblematiek natuurlijk bij uitstek grensoverschrijdend is. Volgens sommige bronnen heeft Afrika in de periode 2024-2030 zo’n $2.8 biljoen nodig om de klimaatcrises aan te pakken en de binnen de COP-structuur opgezette NDC’s (’Nationally Determined Contributions’, ingevoerd op de COP Parijs-bijeenkomst van 2015) te realiseren.

Waterschaarste

Er is in Afrika een scala van problemen gerelateerd aan klimaatverandering, maar één van de dringendste zou wel eens de door de opwarming van de aarde veroorzaakte waterschaarste kunnen zijn. Sommige voorspellingen geven aan dat veranderingen in de wereldwijde waterhuishouding tegen 2030 zo’n 700 miljoen Afrikanen van huis en haard zouden kunnen verdrijven als gevolg van die schaarste. Het Global Water Monitor Report van 2024 voorspelt intense droogtes in zuidelijk en noordelijk Afrika in de komende jaren, terwijl delen van de Hoorn van Afrika een verhoogd risico op overstromingen lopen (zoals we al zagen in Zuid Soedan en in Somalië in 2023-25). Ook in West-Afrika zal de omvang van overstromingen naar verwachting aanzienlijk toenemen – gezien de ramp in 2025, toen in de Sahel zo’n 1,2 miljoen mensen ontheemd raakten in Niger, Tsjaad en Mali en veel infrastructuur en voedselvoorraden werden vernietigd. In al deze gebieden zou idealiter dringend geïnvesteerd moet worden in klimaatbestendige infrastructuur.

Beleid

Ondanks deze enorme uitdagingen en financiële krapte werken regeringen in veel Afrikaanse landen actief aan beleidsmaatregelen, variërend van lokale plannen en strategieën, zoals de NDCs, én internationale coalities met ‘donor’-landen en internationale organisaties, om lange-termijn doelen van klimaataanpassing, vergroting van menselijke veerkracht, en verduurzaming van hun economieën te realiseren. We kennen het reeds sinds 2007 bestaande project van de ‘Groene Muur’ in de Sahel-landen: een goed Afrikaans initiatief opgestart door de Afrikaanse Unie, dat een lange strook bomen wil creëren om de verwoestijning te stoppen. Het heeft grote uitdagingen, maar is deels succesvol. Ook hebben vele landen al windmolen- en zonnepaneelparken aangelegd (Marokko, Kenia), die een enorm potentieel hebben. Anderen hebben geïnvesteerd in hydro-energie (zoals Ethiopië met de grote Blauwe Nijl-stuwdam, die nu ook een bron van exportinkomsten is), en starten initiatieven met water-recycling en agronomische aanpassing (andere gewassen, maatwerk-irrigatie). Ook zijn enkele landen begonnen met de ontwikkeling van waterstof-energie[1]. Verder zijn er specifieke nationale plannen. In Ethiopië bijvoorbeeld is er sinds 2011 een Climate-Resilient Green Energy-programma, in Kenia een Climate Change Act (sinds 2016) met elke vijf jaar een aangepast ‘National Climate Change Action Plan’. Senegal heeft sinds 2006 een Plan d’Action National d’Adaptation en lanceerde verder een Plan National d’Adaptation tegen klimaatverandering in de agrarische sector in april 2025. Dus er is goede wil en er gebeurt iets. Maar het tempo is laag en de financiering blijft onvoldoende.

Wat verder nog vaak ontbreekt in Afrika is de serieuze consulatie en deelname van alle betrokken bevolkingsgroepen – dus vooral van de gewone burgers, de boeren, de veehouders, kleine ondernemers, de jeugd en locale NGO’s, die de klimaatmaatregelen moeten steunen en uitvoeren. Beleid gebeurt ook vaak op een vrij autoritaire, top-down manier, die mensen niet voor zich wint. In Oostelijk Afrika zien we bv. steeds weer pogingen van de staat om het pastoralisme te onderdrukken en de mobiele veehouders te dwingen zich te vestigen op één plek – zonder dat dit altijd sociaal en economisch profijtelijk is. Ook opgelegde landonteigeningen, met vaak slechte compensatie en weinig alternatieven voor hervestiging en levensonderhoud, zetten kwaad bloed. Dit alles terwijl onder de steeds beter opgeleide Afrikaanse jongeren en ook onder startende ondernemers een groeiende ambitie bestaat om echt iets te doen aan die klimaatproblemen, die voor hen steeds zichtbaarder worden. Ook zal effectief klimaatbeleid pas consistent door Afrikaanse overheden worden nagestreefd als men het economische nut ervan inziet én als men niet de eigen greep op de politieke macht verliest. Verder zou betere regionale samenwerking tussen landen, bv. in het kader van de Afrikaanse Unie en met steun van de rijke landen, nodig zijn om de klimaatproblemen op een ‘niet-politieke’ manier aan te pakken. Dat is en blijft in Afrika – met nogal wat conflicten, een grote meerderheid van autocratische regimes, en ook verstorende corruptienetwerken – een flinke uitdaging.

[1] Sinds 2022 is er een African Green Hydrogen Alliance (van zes landen).

Deel via: