De EU heeft beperkte bevoegdheden als het gaat om sociaal beleid, omdat dat grotendeels een zaak is van de lidstaten zelf. Toch werd onlangs de ‘Richtlijn inzake toereikende minimumlonen’ aangenomen, zij het niet zonder een politieke en juridische strijd. Als deskundige op het gebied van arbeidsrecht en sociaal beleid volgde Ane Aranguiz volgde dit proces op de voet. Volgens haar zal de richtlijn de bescherming van minimumlonen in de EU waarschijnlijk verbeteren, ook in Nederland. Het is een belangrijk puzzelstuk in de ontwikkeling van een Sociaal Europa.
Een van de kerndoelstellingen van de Europese Unie is het zijn van een sociale markteconomie, maar het creëren van een economische gemeenschap speelt nog altijd een grotere rol dan het creëren van sociale zekerheid voor iedereen. Aangezien de lidstaten volgens het subsidiariteitsbeginsel grotendeels zelf verantwoordelijk zijn voor hun sociale stelsels, is dat niet verrassend. Desondanks beïnvloedt het Europese economische beleid wel degelijk de sociale rechten in de lidstaten. “Dat werd duidelijk tijdens de wereldwijde financiële crisis van 2008,” legt Aranguiz uit. “Besluiten die toen op het niveau van de Europese Unie werden genomen ondermijnden sociale rechten, waaronder bijvoorbeeld minimumlonen.”
In 2017 nam de EU een ‘pijler van sociale rechten’ aan om het sociale tekort van de Unie aan te pakken. “Dat is vooral een politiek instrument, waarvan de juridische waarde discutabel is,” aldus Aranguiz. Toch zijn er als rechtstreeks gevolg van deze pijler instrumenten met belangrijke juridische gevolgen aangenomen, waarmee de pijler juridische scherpte heeft gekregen. De Richtlijn inzake minimumlonen uit 2022 was zo’n instrument.
Lees het hele bericht op de site van Tilburg Universiteit.