Het woord herdenken roept vooral het beeld op van oorlog en massaal geweld. Maar wanneer de geschiedenis alleen maar wordt gezien als een ketting van dingen die misgegaan zijn, kan diezelfde geschiedenis nooit als inspiratie dienen voor hoe het ook kan. Dat is niet alleen onverstandig, maar ook onjuist, weet emeritus hoogleraar Literatuurwetenschap Ann Rigney: “Er is meer dan zwarte bladzijdes in de geschiedenis.”

Rigneys onderzoek gaat al decennia over het ‘collectief geheugen’: hoe gedeelde interpretaties van het verleden ontstaan en hoe deze doorverteld worden met behulp van allerlei media en rituelen. In de laatste tien jaar heeft de cultuurwetenschapper zich vooral gericht op verhalen over protestbewegingen, over de gemeenschappelijke herinnering aan burgers die zich actief hebben ingezet om een betere wereld. Want, zo zegt Rigney, “protest is een van de steunpilaren van de democratie maar tot op heden blijft het onderbelicht in de dominante herinneringscultuur.”

De herinnering aan protest valt veelal buiten het gezichtsveld van officiële herdenkingen, de inrichting van musea of het neerzetten van monumenten, valt Rigney op. Haar onderzoek laat zien dat de geschiedenis van protest en de verhalen hierover meer aandacht verdienen.

Lees het hele bericht op de site van de Universiteit Utrecht. Het boek van Rigney is open access te lezen.

De Commune van Parijs, 1871
Barricade van de communards, 18 maart 1871. Bron: Wikimedia
Deel via: