In politiek engagement fungeren stem en spreken vaak als metaforen voor empowerment. Stilte en zwijgen worden daarentegen juist vaak begrepen als tekenen van machteloosheid. “Doorbreek de stilte,” klinkt het overal, “verhef je stem!” Om welke dringende kwestie het ook gaat, de basisaanname lijkt te zijn: stilte en zwijgen zijn tekenen van machteloosheid, en je stem verheffen is dus emanciperend. Deze aanname heeft een lange geschiedenis, die veel te maken heeft met de rol van stem(recht) in democratisch burgerschap. Zonder stem geen macht.
Bovendien wordt de aanname nog extra versterkt door het feit dat maatschappelijke participatie zich vandaag de dag voor een groot deel afspeelt op sociale media. Dit is een medialandschap vol stemmen, waarin iedereen in theorie de mogelijkheid heeft een mening te uiten en daar een publiek voor te vinden. In deze virtuele context wordt stilte heftig gepolitiseerd. Onder het mom van “silence is violence” en “silence is compliance” is de centrale les dat je je wel móet uitspreken. Wie dat niet doet gedraagt zich onverantwoordelijk, of nog erger, is onderdeel van het probleem. In een wereld waarin zoveel nadruk ligt op de eis je uit te spreken is het niet verrassend dat steeds meer activisten en kunstenaars op zoek zijn naar manieren om aan die eis te ontsnappen.
In mijn onderzoeksproject (Veni Talent Program, NWO) voor Universiteit Leiden interview ik activisten en kunstenaars die allemaal op hun eigen manier vormen van stilte en zwijgen actief toepassen in hun praktijk: bijvoorbeeld als vorm van verzet, als pad naar solidariteit of collectieve verwerking, als retorische of pedagogische tactiek, als basis voor reflectie en luisteren, of als communicatie voorbij de taal. Activisten zetten stilte in door middel van stille protesten of sit-ins, wanneer het onrecht zo groot is dat woorden te kort schieten, en om ruimte te creëren om naar elkaar te luisteren. Kunstenaars zoeken naar beelden, bewegingsvormen, geluid en zelfs geur als alternatieve communicatiemiddelen, wanneer het onderwerp onbeschrijfelijk of onbespreekbaar is, of niet in taal maar wel in tranen of aanraking gedeeld kan worden.
Sommige dingen kun je namelijk wel voelen maar niet zeggen. Iemands tong kan stil vallen maar iemands lichaamstaal kan boekdelen spreken. Sommige gedachtes kan je niet vertellen maar wel tekenen of dansen. Dit geldt voor iedereen, en zeker voor mensen wiens herinneringen doorspekt zijn met trauma, met verdriet, schuldgevoelens en verlies. Moeilijke of vervelende herinneringen kunnen extra pijnlijk of worden als je gedwongen wordt om erover te praten. De tendens om alles bespreekbaar te maken beperkt bovendien alle vormen van ervaring tot talige ervaring. Maar wat als iemand wel iets uitdrukt, maar niet in taal? Wat als de herinnering niet opgeslagen zit in iemands gedachtes, maar in iemands handen? Of überhaupt niet in een persoon, maar in een object, een muur, een bos, het water, de grond?
Dan moeten we anders leren luisteren. Dan moeten we leren luisteren naar wat er in stilte gecommuniceerd wordt, door lichaamstaal en gezichtsuitdrukking, of in niet onder woorden te brengen spanningen die je in de ruimte kunt voelen. Leren luisteren naar stilte helpt ons om de boodschappen te voelen die tussen de regels door gecommuniceerd worden, om in contact te treden met onze voorouders, om open te staan voor onze dromen en visioenen, om beter te begrijpen wat onze omgeving ons te vertellen heeft.
Over het algemeen zijn we deze vorm van luisteren niet zomaar machtig. Sterker nog, we leren het eigenlijk van kinds af aan af. Leren luisteren, op school, op je werk, of als burger in de maatschappij betekent doorgaans luisteren naar de regels, naar iemands uitleg, naar bepaalde informatie of lessen waar we op een gegeven moment op getoetst zullen worden. Maar luisteren kan ook betekenen: snappen wanneer je ergens over op moet houden, wanneer je weg moet gaan en later moet terugkomen. Luisteren betekent ook naast iemand komen zitten en een paar minuten lang allebei helemaal niks zeggen. Een hechte vriendschap of ware liefde uit zich niet alleen in het kunnen hebben van goede gesprekken, maar ook in het comfortabel samen kunnen zwijgen. Instinctief weten we dit, maar in het dagelijks leven is er eigenlijk weinig ruimte voor. Dus hoe kunnen we leren om ons beter te verhouden tot de stille vormen van betekenis die ons omringen? Welke rol kunnen zouden stilte en luisteren kunnen spelen in politiek engagement?
Hoe zoek jij de stilte op, wat betekent stilte voor jou? Welke vormen van zwijgen zie jij als positief, welke als negatief, welke als dubbelzinnig of onduidelijk? Waar hangt het van af? En waar heb je die relatie tot stilte opgepikt? Thuis, op school, als burger in de maatschappij? Als je mee wilt denken over dit soort vragen, dan luister ik graag naar je! g.n.t.j.van.engelenhoven@hum.leidenuniv.nl