Op scholen leerden kinderen decennialang dat de Statenvertaling van de Bijbel uit 1637 het Nederlands heeft gestandaardiseerd. Dat is niet waar, zo liet eerder onderzoek al zien. Historisch taalkundige Machteld de Vos, die op 23 juni 2026 promoveert aan de Radboud Universiteit, onderzocht of kranten een rol speelden in de verspreiding van het Standaardnederlands. Kranten volgden vaak niet de voorgeschreven taalregels, maar vertoonden wel opvallend consistent taalgebruik, waarmee ze mogelijk invloed hadden op hoe het Nederlands eruit ging zien.

‘De Statenvertaling heeft weliswaar invloed gehad op enkele vaste uitdrukkingen, maar bepaalde niet het verdere taalgebruik,’ legt De Vos uit. ‘De vertaling bevat juist veel woorden en constructies die in die periode langzaam verdwenen.’ Onderzoekers buigen zich daarom al langer over de vraag hoe de standaardtaal dan wél verspreid raakte door heel Nederland.

Vóór de zeventiende eeuw was er geen standaard Nederlandse volkstaal, alleen een verzameling dialecten: het Middelnederlands. Aan het einde van de zestiende eeuw kwam er steeds meer behoefte aan een standaardtaal. De Vos: ‘De drukpers maakte het bijvoorbeeld mogelijk om teksten op grote schaal te verspreiden. Tegelijkertijd zorgde migratie voor een mengeling van dialecten in steden. Mensen begrepen elkaar niet altijd meer, en dus groeide de behoefte aan een gemeenschappelijke taal.’

Lees het hele bericht op de site van de Radboud Universiteit.

Statenvertaling titelpagina
Deel via: